Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 10 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2291
Ontslag op staande voet wegens vermeende ontvreemding van producten en geldbedragen houdt geen stand. De gestelde dringende reden is op basis van camerabeelden, kasverschillen en vermeende erkenningen van werkneemster onvoldoende aannemelijk geworden. Toekenning van een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding.

Feiten

Werkneemster is per 15 oktober 1987 in dienst bij werkgeefster in de functie van assistent-drogist. Daarnaast huurt zij een salonruimte in het pand van werkgeefster, waar zij als zzp’er schoonheidsbehandelingen verricht en producten uit de winkel gebruikt. Werkgeefster vermoedt dat werkneemster producten en geldbedragen uit de drogisterij heeft ontvreemd. Na onderzoek aan de hand van camerabeelden, kassaregistraties en voorraadverschillen wordt werkneemster op 16 februari 2026 op staande voet ontslagen. Werkgeefster verwijt haar onder meer het meenemen van verschillende producten zonder registratie, het ontvreemden van een slof sigaretten en het buiten de administratie houden van contante verkopen. Werkneemster betwist de beschuldigingen en voert aan dat voor de geconstateerde onregelmatigheden andere verklaringen bestaan dan ontvreemding. Zij verzoekt onder meer om toekenning van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is onverwijld gegeven. Werkgeefster heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster producten en geldbedragen heeft ontvreemd. Uit de camerabeelden, kasverschillen en niet-geregistreerde verkopen kan niet met voldoende zekerheid worden afgeleid dat werkneemster producten of geld heeft ontvreemd, deze verschillen kunnen bijvoorbeeld ook uit vergissingen voortkomen. Ook uit haar uitlatingen tijdens het gesprek voorafgaand aan het ontslag volgt geen duidelijke erkenning van de gemaakte verwijten. De alternatieve verklaringen van werkneemster kunnen niet worden uitgesloten. Gelet hierop komt werkneemster het voordeel van de twijfel toe. Daarbij weegt tevens mee dat er sprake is van een dienstverband van 38 jaar. Het ontslag op staande voet is daarom niet rechtsgeldig. Omdat werkgeefster werkneemster ten onrechte op staande voet heeft ontslagen, heeft zij ernstig verwijtbaar gehandeld. De kantonrechter kent werkneemster een billijke vergoeding van € 5.000 bruto toe. Daarbij weegt enerzijds mee dat het ontslag, gelet op haar leeftijd, langdurige dienstverband en beperkte arbeidsmarktpositie, ingrijpende gevolgen voor haar heeft. Anderzijds neemt de kantonrechter in aanmerking dat de verdenkingen van werkgeefster niet ongegrond waren, maar waren gebaseerd op concrete signalen en onderzoeksbevindingen. Daarnaast kent de kantonrechter een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding toe. Aan het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt niet toegekomen, omdat werkneemster geen vernietiging van het ontslag heeft verzocht. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.