Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 26 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:14917
Verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet afgewezen. Werknemer mishandelde zijn leidinggevende tot bloedens toe en heeft daardoor ernstig verwijtbaar gehandeld, hetgeen een dringende reden rechtvaardigt.

Feiten

Werknemer is per 1 september 2012 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van algemeen medewerker. Hij functioneerde feitelijk als bedrijfsleider/verkoopleider. De leidinggevende van werknemer, tevens directeur bij het autobedrijf, heeft hem op 30 september 2025 in de kantoorruimte aangesproken op zijn functioneren. Dit leidde tot een handgemeen, als gevolg waarvan zijn leidinggevende blauwe ogen en een bloedwond heeft opgelopen. Werknemer betwist niet dat er op die datum fysiek contact is geweest, maar hij stelt dat zijn leidinggevende het fysiek contact heeft geïnitieerd, dat hij zich alleen heeft verweerd en dat zijn leidinggevende verkeerd op de stoel achter zijn bureau is gaan zitten, waardoor hij met zijn voorhoofd het bureaublad heeft geraakt en gewond is geraakt. Direct na het incident is werknemer weggelopen van werk. Een collega heeft zich vervolgens over de gewonde directeur ontfermd. Op 1 oktober 2025 heeft werkgeefster het ontslag op staande voet met een WhatsApp-bericht aan werknemer medegedeeld. Op 2 oktober 2025 is het ontslag per brief bevestigd. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet. Subsidiair maakt werknemer aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en de billijke vergoeding. Werkgeefster verzoekt daarnaast om de afwijzing van de verzoeken van werknemer, een verklaring voor recht dat het ontslag rechtsgeldig is gegeven en om aan werkgeefster toe te wijzen de gefixeerde schadevergoeding, met een veroordeling van werknemer in de kosten van de procedure.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrecht acht voldoende aannemelijk dat werknemer zijn directeur daadwerkelijk heeft mishandeld. Daarbij kent de kantonrechter betekenis toe aan verschillende getuigenverklaringen, de foto's van het letsel en de aangifte van de directeur. De woorden “Doe normaal man, kap ermee!”, zoals vermeld in een getuigenverklaring en het proces-verbaal van de politie, duiden erop dat niet de leidinggevende, maar werknemer is gaan slaan. Uit de stelling dat werknemer zich alleen verweerd zou hebben, valt bovendien niet te verklaren dat de leidinggevende als enige met verwondingen en een kapotte bril uit het handgemeen tevoorschijn is gekomen. Ook valt niet goed in te zien waarom werknemer na de vermeende val zijn leidinggevende geen hulp heeft geboden. Doordat werknemer zijn leidinggevende heeft mishandeld, heeft hij ernstig verwijtbaar gehandeld. Werkgeefster heeft om die reden terecht en onverwijld werknemer op staande voet ontslagen. Op de transitievergoeding kan werknemer in de gegeven omstandigheden geen aanspraak maken. Het niet toekennen van die vergoeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. De door werkgeefster verzochte gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Bij de door werkgeefster verzochte verklaring voor recht heeft zij onvoldoende belang, zodat dit verzoek wordt afgewezen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.