Rechtspraak
Feiten
Werknemer is van oktober tot december 2024 in dienst geweest bij werkgeefster. Werknemer verrichtte werkzaamheden ten behoeve van het restaurant dat werkgeefster exploiteerde. Werknemer heeft in november 2024 te kennen gegeven dat hij rugklachten had. Eind november 2024 heeft werknemer zich ziekgemeld wegens rugklachten. Werknemer stelt in de dagvaarding dat hij op enig moment in de periode 1 tot 4 november 2024 de opdracht heeft gekregen desserts voor te bereiden. Deze moesten op borden worden geplaatst en naar de lift worden gebracht. Om bij die lift te komen, moest werknemer met de serveerkar volgens zijn zeggen drie traptreden op. Hoewel werknemer heeft gevraagd om hulp bij zijn collega’s, zou hij die niet hebben gekregen. Hij heeft daarom geprobeerd de serveerkar de traptreden op te tillen. Dat is niet goed gegaan en werknemer kreeg pijn in zijn rug. Werkgeefster is aansprakelijk gesteld door werknemer voor de door hem geleden schade. Werkgeefster heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Werknemer vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat het bedrijfsongeval waar de schade bij werknemer door is veroorzaakt te wijten is aan werkgeefster en dat werkgeefster aansprakelijk is voor alle schade.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Kern van het geschil is de stelling van werknemer dat hij ischias heeft gekregen ten gevolge van de uitoefening van zijn werkzaamheden, meer in het bijzonder door het tillen van een serveerkar. Werkgeefster heeft betwist dat een ongeval zich heeft voorgedaan tijdens de werkzaamheden of dat de ischias daarvan het gevolg is. Waar werknemer met de serveerkar naar onderweg was, is niet verduidelijkt. Werknemer heeft na het vermeende tilincident nog twee weken doorgewerkt, voordat hij zich wegens rugklachten heeft ziekgemeld bij zijn leidinggevende. Werkgeefster (h)erkent de door werknemer geschetste toedracht niet. Zo zijn er geen traptreden die genomen hoeven te worden om bij de lift te komen. De kantonrechter stelt allereerst voorop dat het rapport van het toedrachtsonderzoek, hoewel werknemer niet betrokken is geweest bij de opstelling daarvan, bruikbaar is in deze procedure. In hetgeen namens werknemer naar voren is gebracht, ziet de kantonrechter geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de rapportage voor wat betreft de daarin opgenomen feitelijke situatie van de werkomstandigheden. Het had op de weg van werknemer gelegen om deugdelijk te stellen op welke punten het rapport niet zou stroken met de werkelijkheid. Dit heeft hij nagelaten. Wat betreft het tilincident stelt de kantonrechter vast dat dit door niemand is waargenomen. Onduidelijk blijft bovendien wanneer, waar en op welke wijze het incident zou hebben plaatsgevonden. Zo werknemer gevolgd moet worden in zijn stelling dat hij vanuit de koeling naar de lift is gegaan met de serveerkar, wordt de verdere door werknemer geschetste toedracht gemotiveerd weerlegd door werkgeefster. Er zijn daar namelijk geen traptreden. Al met al kan de kantonrechter dan ook niet anders dan vaststellen dat werknemer er niet in is geslaagd om te onderbouwen dát of op welke wijze zich een ongeval heeft voorgedaan, waaruit hij schade zou lijden. Wat die schade betreft, merkt de kantonrechter nog op dat uit de rapportage van de Poolse arts uit de anamnese volgt dat een zware last is getild en dat als gevolg daar pijn is ontstaan. De kantonrechter is met werkgeefster van oordeel dat op geen enkele wijze is komen vast te staan, laat staan aannemelijk gemaakt, dat werknemer die ischias heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij werkgeefster. De vorderingen van werknemer worden afgewezen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.
