Rechtspraak
Feiten
Werknemer was in dienst bij werkgever. Op 22 september 2025 ontstond een conflict tussen werknemer en een collega over het opnemen van een pauze. Later die dag zocht werknemer de collega opnieuw op in haar kantoor. Volgens de collega schreeuwde werknemer tegen haar, weigerde hij het kantoor te verlaten en gaf hij haar vervolgens een klap tegen haar oor en wang, waardoor zij letsel opliep. Werknemer ontkende dat hij de collega had geslagen. In een tussenbeschikking kreeg werkgever daarom de opdracht te bewijzen dat werknemer de collega daadwerkelijk had geslagen. Werkgever bracht schriftelijke verklaringen, getuigenverklaringen en een huisartsenbericht in het geding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werkgever is geslaagd in de bewijsopdracht.
Ontslag op staande voet
Uit de verklaringen van de collega, twee getuigen en een huisartsenbericht blijkt voldoende dat werknemer de collega heeft geslagen. De verklaringen ondersteunen elkaar op essentiële punten en worden bevestigd door het geconstateerde letsel. De kantonrechter acht de ontkenning van werknemer onvoldoende overtuigend. Ook als de collega werknemer voorafgaand aan de klap heeft geraakt of geschampt, rechtvaardigt dat niet de reactie van werknemer. Door de collega te slaan heeft werknemer de grenzen van het betamelijke ernstig overschreden. Daarom was er sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en de gevorderde wedertewerkstelling worden afgewezen.
Transitievergoeding
De kantonrechter oordeelt dat het slaan van een collega ernstig verwijtbaar handelen oplevert. Daarom heeft werknemer geen recht op een transitievergoeding.
