Rechtspraak
Feiten
Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) heeft de organisatiestructuur ingericht met drie directies. Uit onderzoeken volgde dat de bestaande structuur niet optimaal functioneerde. De OR heeft vraagtekens geplaatst bij een samenvoeging van V&O met SBO, onder meer omdat de noodzaak van de reorganisatie niet voldoende zou zijn aangetoond en dat alternatieven, zoals het opnieuw invullen van de functie van manager SBO, onvoldoende waren onderzocht. Naar aanleiding van een adviesaanvraag met betrekking tot de samenvoeging heeft de OR een negatief advies afgegeven. Desondanks heeft het COA het besluit tot aanpassing van de structuur alsnog genomen. De OR heeft beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer en stelt dat het COA niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. De OR kan uitsluitend beroep tegen het besluit instellen op de grond dat het COA bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Het besluit heeft geen directe personele gevolgen op functieniveau of op individueel niveau. De daadwerkelijke positionering van teams en functies binnen de nieuwe directie V&O/SBO zal plaatsvinden in een volgende fase van besluitvorming. Mocht in die fase blijken dat de inrichtingsplannen leiden tot personele gevolgen, dan zullen deze afzonderlijk ter advisering aan de OR worden voorgelegd, zo heeft het COA toegezegd. Omdat het besluit geen personele gevolgen in de zin van artikel 25 lid 3 WOR heeft, faalt het beroep van de OR op deze bepaling. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is het COA toereikend ingegaan op de inhoudelijke bezwaren die de OR in het advies heeft aangevoerd. De klacht van de OR over het uitvoerige en langjarige proces dat is voorafgegaan aan de adviesaanvraag slaagt niet. Het COA was niet gehouden daarop verder in te gaan dan het heeft gedaan in het besluit. Het besluit is blijkens de toelichting ingegeven door de wens dat het bestuur zich, kort gezegd, concentreert op de rol van ‘bepaler opdrachtgever (richten)’ door middel van het stellen van strategische kaders, terwijl het directieteam als ‘bepaler opdrachtnemer (verrichten)’ de organisatie op tactisch en operationeel niveau zal aansturen. Die keuze, die meebrengt dat de taken van V&O weliswaar gericht blijven op het primaire proces, maar dat de directie waarin die taken worden uitgevoerd daarvan niet meer integraal deel uitmaakt, valt binnen de beleidsvrijheid van de ondernemer en is toereikend gemotiveerd. Omdat de OR in zijn advies niet heeft betoogd dat het COA niet alle betrokken belangen zorgvuldig heeft afgewogen, kan hij daar thans geen beroep (meer) op doen. De OR heeft ook niet onderbouwd dat het besluit een onacceptabel groot risico tot gevolg zou hebben voor medewerkers en asielzoekers. Het besluit ziet op een beperkte aanpassing van de structuur en heeft geen negatieve invloed op arbeidsplaatsen, functies of asielbeleid.
