Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Maxvast B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 28 mei 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:6127
Ontslag op staande voet wegens ‘gebeurtenissen op 17 januari’ vernietigd, omdat de dringende reden onvoldoende concreet is omschreven. Vrijstelling van werkzaamheden komt voor rekening en risico van de werkgever.

Feiten

Werkneemster is per 1 december 2020 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Maxvast B.V. (hierna: Maxvast) in de functie van verkoopadviseur. Maxvast is een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van vloeren, raamdecoratie, wandpanelen en overige zaken. De aandelen van Maxvast worden in gelijke delen gehouden door betrokkene 1 en betrokkene 2. Werkneemster is de echtgenote van betrokkene 2. Tussen werkneemster en Maxvast hebben zich diverse conflicten voorgedaan. Op 22 oktober 2025 deed werkneemster aangifte tegen betrokkene 1 wegens bedreiging van haar en haar echtgenoot (betrokkene 2). Daarnaast maakte zij op 1 januari 2026 € 80.000 over van een rekening van Maxvast naar haar privérekening onder de omschrijving ‘uitbetaling lening’, welk bedrag zij later na hiertoe te zijn gesommeerd op 5 februari 2026 terugstortte. Op 17 januari 2026 ontstond op de werkvloer een conflict tussen werkneemster, enkele familieleden van haar, betrokkene 2 en betrokkene 1, waarbij een handgemeen plaatsvond. Na deze gebeurtenis, op 18 januari 2026, heeft betrokkene 1 namens Maxvast werkneemster op staande voet ontslagen. Als reden voor het ontslag zijn de gebeurtenissen op 17 januari gegeven, waar werkneemster de directeur van Maxvast in woord en daad zou hebben aangevallen, waarbij deze veel letsel zou hebben opgelopen. Tussen betrokkene 1 en betrokkene 2 loopt een procedure bij de Ondernemingskamer over het bestuur van de vennootschap. Werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en wedertewerkstelling. Zij stelt dat geen dringende reden voor het ontslag op staande voet bestond en dat de ontslaggrond onvoldoende duidelijk is omschreven. Maxvast verweert zich door aan te voeren dat werkneemster bewust de confrontatie heeft opgezocht en verzoekt subsidiair ontbinding van de arbeidsovereenkomst (e- dan wel h-grond).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en moet daarom worden vernietigd. Het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden beoogt te waarborgen dat voor de werknemer direct en zonder redelijke twijfel duidelijk is welke gedraging(en) aan het ontslag op staande voet ten grondslag liggen. Maxvast heeft in de ontslagbrief onvoldoende specifieke eigenschappen, gedragingen of ontslagredenen genoemd of omschreven. De gegeven omschrijving is onvoldoende, omdat deze ruimte voor twijfel laat bestaan. De kantonrechter stelt vast dat volstrekt onduidelijk is wat er op objectieve wijze onder de ‘gebeurtenissen op 17 januari’ moet worden verstaan. Ondanks dat het ontslag op staande voet onverwijld is verleend, is het niet rechtsgeldig gegeven. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. Hierdoor duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft werkneemster recht op loon. Wat betreft de wedertewerkstelling oordeelt de kantonrechter dat het in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van Maxvast komt dat werkneemster geen werkzaamheden (heeft) verricht. Het is immers haar eigen keuze werkneemster niet tot haar werkzaamheden toe te laten, waarvoor werkneemster zich expliciet beschikbaar heeft gesteld. Iedere verdere beslissing (op het ontbindingsverzoek) van Maxvast wordt aangehouden vanwege de samenhang met het geschil tussen betrokkene 1 en betrokkene 2 bij de Ondernemingskamer.