Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 6 juli 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:3328
Feiten
Werkneemster is sinds 1997 in dienst bij de gemeente Amsterdam, laatstelijk als Handhaver D bij THOR. Sinds mei 2018 is zij arbeidsongeschikt voor die functie. Op grond van de CAO Gemeenten geldt gedurende de eerste drie ziektejaren een ontslagverbod en heeft een arbeidsongeschikte medewerker een voorrangspositie bij vacaturevervulling. Werkneemster verricht inmiddels al geruime tijd lichte administratieve werkzaamheden binnen de gemeente voor 36 uur per week. In het kader van haar re-integratie had werkneemster belangstelling voor de functie van mentor/begeleider gastheer/gastvrouw. Volgens de in 2020 vastgestelde FML is zij aangewezen op licht fysiek werk, bij voorkeur administratief van aard, zonder veel storingen, onderbrekingen, piekbelasting, confronterend klantcontact of emotioneel belastende situaties. De gemeente twijfelde daarom of de beoogde functie passend was. Een verzuimadviseur legde de taken van de functie naast de FML en concludeerde dat verschillende onderdelen mogelijk te belastend waren, waaronder het zijn van aanspreekpunt, het houden van briefings, het begeleiden op straat en het doorgeven van informatie. Zij adviseerde wel een proefperiode met inachtneming van de beperkingen. De selectiecommissie achtte werkneemster geschikt voor de functie, maar de gemeente besloot haar niet te plaatsen, onder meer omdat de functie volgens haar geen passende arbeid opleverde in de zin van artikel 7:658a BW. Werkneemster vroeg daarop een deskundigenoordeel aan bij het UWV. De arbeidsdeskundige van het UWV oordeelde dat de functie passend was: er zou geen sprake zijn van veelvuldige storingen, hoge piekbelasting, rechtstreeks burgercontact of een leidinggevende functie met zware verantwoordelijkheid. Ook zou werkneemster kunnen terugvallen op andere mentoren en een coördinator. De gemeente liet vervolgens Elabo onderzoek doen. De arbeidsdeskundige van Elabo kwam tot de tegenovergestelde conclusie. Volgens Elabo wordt een mentor regelmatig gestoord, moet deze onder tijdsdruk werken, omgaan met piekdrukte en calamiteiten, emotionele problemen en soms onredelijk gedrag van gastheren en gastvrouwen. Ook bevat de functie leidinggevende aspecten en de verantwoordelijkheid voor een groep medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt. Volgens Elabo overschrijdt dit de belastbaarheid van werkneemster. Werkneemster vordert in kort geding dat de gemeente haar benoemt in de functie van mentor/begeleider gastheer/gastvrouw en haar daarin te werk stelt.
Oordeel
De kantonrechter achtte het spoedeisend belang aanwezig, omdat werkneemster op korte termijn in de functie wilde worden geplaatst. De inhoudelijke vraag was vervolgens of voldoende aannemelijk was dat de functie passend was, zodat vooruitlopen op een bodemprocedure gerechtvaardigd zou zijn. De rechter stelde voorop dat de gemeente werkneemster op grond van artikel 7:658a BW en de cao een voorrangspositie moet geven bij vacaturevervulling, maar alleen als de functie gelet op haar gezondheidstoestand passend is. Omdat werkneemster gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, komt bij de beoordeling van passendheid vooral gewicht toe aan arbeidsdeskundige oordelen en niet aan het oordeel van de leidinggevende of de selectiecommissie. In dit geval stonden twee arbeidsdeskundige rapporten tegenover elkaar. Beide deskundigen gingen uit van dezelfde functie-inhoud en dezelfde FML, maar beoordeelden de mentale belasting, weerbaarheid en verantwoordelijkheid in de functie verschillend. De kantonrechter vond van belang dat de UWV-deskundige had gesproken met de coördinator van de mentoren, die tevens vertrouwenspersoon van werkneemster was geweest en lid was van de selectiecommissie die haar had voorgedragen. Daardoor bestond volgens de rechter het risico dat de functie aan het UWV te rooskleurig was voorgesteld. Om die reden woog het UWV-rapport niet zwaarder dan het Elabo-rapport. Omdat de passendheid van de functie daardoor niet voldoende aannemelijk was, hoefde de gemeente werkneemster niet in de functie te benoemen. De gevraagde voorziening werd geweigerd.
