Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 10 juni 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:4034
Feiten
Werknemer is op 1 december 2024 bij 10Tables B.V. in dienst getreden in de functie van chef-kok. Bij brief van 27 februari 2026 is werknemer op staande voet ontslagen. Op 16 april 2026 heeft werknemer een verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag op staande voet dan wel het toekennen van een transitievergoeding en billijke vergoeding met nevenverzoeken ingediend. 10Tables heeft hiertegen verweer gevoerd en een tegenverzoek ingediend. De mondelinge behandeling van dit verzoek heeft gezamenlijk met de mondelinge behandeling van dit kort geding plaatsgevonden. In dit kort geding vordert werknemer – samengevat – dat 10Tables wordt veroordeeld om hem weder te werk te stellen in zijn functie als chef-kok.
Oordeel
Bij beschikking van 10 juni 2026 is in de bodemprocedure beslist dat het op 27 februari 2026 aan werknemer gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is en zijn de verzoeken van werknemer tot toekenning van een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding afgewezen (ECLI:NL:RBOBR:2026:3782). Aangezien reeds in de bodemprocedure is beslist, heeft werknemer geen belang meer bij de gevorderde voorlopige voorziening. Dit geldt temeer omdat werknemer in de bodemprocedure heeft verklaard niet langer prijs te stellen op wedertewerkstelling en dat verzoek heeft ingetrokken. Daar komt bij dat nu in de bodemprocedure is geoordeeld dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, wedertewerkstelling hoe dan ook niet aan de orde is. Dit betekent dat de vordering van werknemer, wegens een gebrek aan belang, zal worden afgewezen.
