Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 29 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3145
Geen transitievergoeding verschuldigd, nu geen sprake is van opzegging. Schoonmaker gaat met behoud van anciƫnniteit over naar nieuwe werkgever door overgang van onderneming.

Feiten

Werknemer is op 21 juli 2014 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van verweerder (hierna: werkgever) als schoonmaker. Hij verrichtte sindsdien uitsluitend schoonmaakwerkzaamheden op de [school], een school van [bedrijf]. Werkgever heeft in het kader van een Europese aanbesteding het contract voor de schoonmaakwerkzaamheden op de school niet opnieuw gegund gekregen. In een brief van 10 juni 2025 heeft werkgever werknemer meegedeeld dat zijn werkzaamheden op de betreffende locatie per 11 juli 2025 zouden eindigen. Daarbij heeft werkgever vermeld dat beëindiging van het dienstverband met werknemen slechts aan de orde zou zijn indien geen passende oplossing zou worden gevonden, bijvoorbeeld door overname door de nieuwe opdrachtnemer. Werknemer heeft op 25 juni 2025 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met [bedrijf]. Vanaf 11 juli 2025 heeft hij zijn schoonmaakwerkzaamheden ongewijzigd voortgezet in dienst van [bedrijf]. Ook de overige schoonmaakmedewerkers die voor werkgever op de school werkzaam waren, zijn door [bedrijf] overgenomen. Werknemer stelt dat werkgever zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en verzoekt daarom betaling van een transitievergoeding. Werkgever betwist dat sprake is van opzegging en voert aan dat werknemer door overgang van onderneming in dienst is gekomen bij [bedrijf]. Partijen twisten daarmee over de vraag of werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en of sprake is van overgang van onderneming.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Transitievergoeding

De kantonrechter oordeelt dat werkgever de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd. Uit de brief van 10 juni 2025 volgt slechts een voorwaardelijk voornemen tot beëindiging van het dienstverband, namelijk voor het geval werknemer niet door de nieuwe opdrachtnemer zou worden overgenomen. Nu werknemer vóór 11 juli 2025 een arbeidsovereenkomst met [bedrijf] heeft gesloten en zijn werkzaamheden aansluitend heeft voortgezet, is aan die voorwaarde niet voldaan. Werkgever is daarom niet tot opzegging overgegaan. Omdat geen sprake is van opzegging door werkgever, bestaat geen aanspraak op een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 BW. Het verzoek van werknemer wordt afgewezen.

Overgang van onderneming

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat sprake lijkt te zijn van een overgang van onderneming. De schoonmaakwerkzaamheden zijn door [bedrijf] in eigen beheer voortgezet, alle zes betrokken werknemers zijn overgenomen en zij hebben hun werkzaamheden zonder onderbreking voortgezet. Daarmee is sprake van een economische eenheid die haar identiteit heeft behouden. Op grond van artikel 7:663 BW zijn daarom alle uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen, waaronder de anciënniteit van werknemer vanaf 21 juli 2014, overgegaan op [bedrijf]. Indien [bedrijf] de arbeidsovereenkomst in de toekomst beëindigt en aan de wettelijke voorwaarden voor een transitievergoeding is voldaan, dient bij de berekening daarvan rekening te worden gehouden met deze oorspronkelijke indiensttredingsdatum. De kantonrechter overweegt daarnaast dat ook sprake lijkt te zijn van opvolgend werkgeverschap, nu werknemer dezelfde werkzaamheden is blijven verrichten en de overstap naar [bedrijf] niet op eigen initiatief heeft plaatsgevonden, maar voortvloeide uit het verlies van de aanbesteding door werkgever. Ook op die grond blijft de opgebouwde anciënniteit behouden.