Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Gemeente Amsterdam
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:8389
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Voldoende is gebleken dat partijen pogingen hebben gedaan om dit probleem op te lossen, maar dat dit niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd.

Feiten

Werknemer is sinds 3 september 2008 parttime in dienst van Gemeente Amsterdam als schoonmaker. In deze procedure verzoekt Gemeente Amsterdam ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 3 sub g BW. Gemeente Amsterdam stelt daartoe – kort gezegd – dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie tussen partijen, zodanig dat van haar niet kan worden gevergd dat deze nog langer voortduurt, en dat herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort of in de rede ligt. Werknemer erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, maar benadrukt dat hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Ter zitting is aannemelijk geworden dat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt. Voldoende is gebleken dat partijen pogingen hebben gedaan om dit probleem op te lossen, maar dat dit niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Ook is voldoende gebleken dat andere passende functies binnen Gemeente Amsterdam niet voorhanden zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond en ligt herplaatsing van werknemer niet in de rede.