Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/PUUR B.V.
Rechtbank Limburg, 8 december 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:12091
Ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werkneemster zonder UWV-toestemming vernietigd. Werkgever moet tijdens opgelegde loonsanctie loon blijven doorbetalen.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 juli 2022 voor onbepaalde tijd in dienst bij Puur B.V. (hierna: Puur) in de functie van algemeen medewerkster tegen een brutomaandsalaris van € 1.034,02. Op 25 september 2023 is werkneemster arbeidsongeschikt geraakt. Sindsdien is zij onafgebroken arbeidsongeschikt gebleven. Op 5 juli 2025 heeft Puur de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 25 september 2025 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De opzegging heeft plaatsgevonden zonder instemming van werkneemster, zonder toestemming van het UWV en zonder dat sprake was van een dringende reden. Op 31 juli 2025 heeft het UWV aan Puur een loonsanctie opgelegd tot 21 september 2026, dan wel totdat Puur alsnog aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Daarnaast heeft Puur het loon over mei 2025 en het vakantiegeld over het vakantiejaar 2024-2025 niet betaald. Werkneemster verzoekt vernietiging van de opzegging, doorbetaling van loon, betaling van het achterstallige loon en vakantiegeld, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Puur heeft de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW opgezegd. Voor een rechtsgeldige opzegging was instemming van werkneemster of toestemming van het UWV vereist. Vaststaat dat daarvan geen sprake is geweest. Evenmin is gebleken van een wettelijke uitzondering die een opzegging zonder toestemming mogelijk maakte. De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat Puur de arbeidsovereenkomst onrechtmatig heeft opgezegd en vernietigt het ontslag per 25 september 2025. Nu Puur niet heeft weersproken dat het loon over mei 2025 en het vakantiegeld over het vakantiejaar 2024-2025 onbetaald zijn gebleven, wordt de vordering tot betaling van € 2.007,47 bruto toegewezen. Omdat Puur te laat heeft betaald, worden ook de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente toegewezen. Door de vernietiging van de opzegging duurt de arbeidsovereenkomst voort. In beginsel eindigde de wettelijke loondoorbetalingsverplichting wegens ziekte op 25 september 2025, twee jaar na de eerste ziektedag. Omdat het UWV aan Puur een loonsanctie heeft opgelegd wegens onvoldoende nakoming van de re-integratieverplichtingen, blijft Puur op grond van artikel 7:629 BW verplicht het loon van werkneemster door te betalen gedurende de periode van de loonsanctie. De kantonrechter veroordeelt Puur daarom tot doorbetaling van het loon vanaf 1 september 2025 tot het einde van de loonsanctie, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en wettelijke rente.