Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/de stichting STICHTING SAMENWERKINGSVERBAND VOORTGEZET ONDERWIJS REGIO LEIDEN
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 6 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:11502
Geen billijke vergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid; werkgever moet transitievergoeding en niet-genoten vakantie-uren betalen, maar mag te veel betaald loon deels terugvorderen.

Feiten

Werknemer, geboren in 1964, is van 26 februari 2007 tot 1 juni 2025 in dienst geweest bij (de rechtsvoorganger van) Stichting Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Regio Leiden (hierna: SWV VO) in de functie van leraar. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Voortgezet Onderwijs van toepassing.  Werknemer was werkzaam bij OPDC De Delta en was tot 2020 (voorzitter van) de medezeggenschapsraad. In 2019 heeft SWV VO een risico-inventarisatie en -evaluatie opgesteld waarin onder meer de werkdruk binnen de organisatie aan de orde kwam.  Werknemer heeft zich op 4 juni 2021 ziek gemeld; op 24 juni 2021 heeft hij zich opnieuw ziek gemeld. Op 4 april 2024 heeft het UWV werknemer met terugwerkende kracht vanaf 21 juni 2023 een WIA-uitkering toegekend. SWV VO heeft het salaris van werknemer gedurende een periode niet verminderd met deze WIA-uitkering.  Op 13 maart 2025 heeft het UWV toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid op te zeggen. SWV VO heeft de arbeidsovereenkomst vervolgens opgezegd tegen 1 juni 2025.  Werknemer verzoekt toekenning van een billijke vergoeding, een transitievergoeding, een vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren en schadevergoeding. SWV VO verzoekt in tegenverzoek terugbetaling van volgens haar te veel betaald salaris.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. 

Billijke vergoeding

Werknemer stelt dat SWV VO ernstig verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij jarenlang onvoldoende heeft gedaan aan een volgens hem te hoge werkdruk, spanningen en een onveilige werkomgeving, waardoor hij arbeidsongeschikt is geraakt.  De kantonrechter oordeelt dat werknemer deze stellingen onvoldoende concreet heeft onderbouwd. De overgelegde stukken over werkdruk zien op de organisatie in algemene zin en onderbouwen onvoldoende de persoonlijke situatie van werknemer. Ook blijkt niet dat werknemer vóór zijn ziekmelding duidelijk aan SWV VO kenbaar heeft gemaakt dat de werkdruk voor hem onaanvaardbaar was en tot gezondheidsproblemen leidde. SWV VO heeft signalen van werknemer bovendien serieus opgepakt. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door SWV VO is daarom geen sprake. Het verzoek om een billijke vergoeding wordt afgewezen.

Transitievergoeding en te veel betaald salaris

De kantonrechter stelt vast dat SWV VO op grond van de Zavo de WIA-uitkering van werknemer op het salaris mocht korten. Omdat dit gedurende een periode niet is gebeurd, heeft werknemer te veel salaris ontvangen.  SWV VO mocht dit te veel betaalde salaris in beginsel terugvorderen. De kantonrechter oordeelt echter dat SWV VO het te veel betaalde salaris niet mocht verrekenen met de transitievergoeding. De Zavo biedt daarvoor geen grondslag. De transitievergoeding is immers een wettelijke vergoeding en geen uitkering als bedoeld in artikel 25 Zavo. SWV VO wordt daarom veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding.  Wel moet werknemer een deel van het te veel ontvangen salaris terugbetalen. De kantonrechter acht het echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat SWV VO ook het te veel betaalde salaris over mei en juni 2024 terugvordert, omdat zij al eerder bekend was met de WIA-beschikking maar onvoldoende heeft uitgelegd waarom zij de verrekening pas vanaf juli 2024 heeft toegepast. Werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 13.631,10 netto.

Niet-genoten vakantie-uren

SWV VO stelt dat de opgebouwde vakantie-uren van werknemer zijn vervallen. De kantonrechter volgt dit niet. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie rust op de werkgever een informatie- en waarschuwingsplicht ten aanzien van vakantieaanspraken. SWV VO heeft onvoldoende gesteld of onderbouwd dat zij werknemer tijdig heeft gewezen op zijn vakantierechten en de gevolgen van het niet opnemen daarvan. Daarom zijn de vakantie-uren niet vervallen. Nu SWV VO de hoogte van de gevorderde vergoeding onvoldoende heeft betwist, wordt de vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren toegewezen. 

Schadevergoeding

Werknemer stelt dat SWV VO ten onrechte niet heeft meegewerkt aan het benutten van zijn individueel keuzebudget voor verhoging van zijn pensioenaanspraken. De kantonrechter oordeelt dat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een tekortkoming of onrechtmatig handelen van SWV VO. Werknemer had jaarlijks keuzes kunnen maken ten aanzien van het keuzebudget en kan die keuzes niet met terugwerkende kracht wijzigen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.