Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 13 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:11621
Feiten
Werknemer is per 19 september 2011 in dienst getreden bij de International Organisation for Migration (hierna: IOM), een aan de Verenigde Naties gelieerde intergouvernementele organisatie die zich inzet voor wereldwijd migratiebeleid. De arbeidsovereenkomst is meermaals voor bepaalde tijd verlengd. Per 1 december 2012 zijn de IOM Staff Regulations and Conditions of Service op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. IOM heeft de arbeidsovereenkomst per 31 december 2025 beëindigd. Werknemer verzoekt een verklaring voor recht dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst. IOM heeft het standpunt ingenomen dat zij immuniteit van rechtsmacht geniet en dat de kantonrechter zich daarom onbevoegd dient te verklaren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. In het Statuut van de IOM is bepaald dat IOM de voorrechten en immuniteiten geniet die nodig zijn voor de uitoefening van haar functies. In het geval van Nederland is dit vastgelegd in het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de IOM. Uit het verdrag volgt dat IOM in Nederland immuniteit van rechtsmacht geniet voor ‘every form of legal process’, tenzij IOM hier in een individueel geval uitdrukkelijk afstand van heeft gedaan. Dat is in dit geval niet gebeurd. De kantonrechter komt daarom in beginsel geen rechtsmacht toe. De kantonrechter verwerpt het standpunt van werknemer dat de kantonrechter desondanks rechtsmacht geniet op grond van artikel 9 Rv en artikel 6 EVRM, omdat het voeren van de aangewezen gerechtelijke procedure buiten Nederland volgens werknemer onmogelijk is. Werknemer heeft de mogelijkheid om in intern administratief bezwaar te gaan tegen het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat in deze procedure, die in geval van hoger beroep door het Administrative Tribunal of the International Labour Organisation zal worden behandeld, inbreuk op het recht van werknemer op een eerlijk proces zal worden gemaakt. Omdat een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, komt de kantonrechter ook geen rechtsmacht toe als forum necessitatis. De kantonrechter verklaart zich onbevoegd. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.
