Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 6 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2447
Deelgeschil. Werknemer is gevallen tijdens het inladen van een bestelbus. Geen sprake van werkgeversaansprakelijkheid nu werkgeefster heeft voldaan aan de zorgplicht.

Feiten

Werknemer is werkzaam bij werkgeefster en heeft tijdens zijn werkzaamheden een ongeval gehad bij het inladen van meubels in een bestelbus. Werknemer is daarbij gevallen. Tussen partijen bestaat discussie over de exacte toedracht van het ongeval, maar niet over het feit dat het ongeval tijdens de uitoefening van werkzaamheden heeft plaatsgevonden. Werknemer heeft zich tot kantonrechter gewend in een deelgeschilprocedure. Het geschil ziet op letselschade als gevolg van een arbeidsongeval. Werknemer verzoekt voor recht te verklaren dat werkgeefster aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade wegens schending van haar zorgplicht. Werknemer stelt dat werkgeefster onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, waaronder onvoldoende instructies, ontbreken van extra voorzieningen zoals een laadklep en het niet beschikken over een toereikende RI&E.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een geschil dat zich leent voor behandeling in de deelgeschilprocedure. De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer schade heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. De kernvraag is of werkgeefster haar zorgplicht heeft geschonden. De kantonrechter oordeelt dat daarvan geen sprake is. Het ongeval betreft een alledaagse handeling binnen werkzaamheden, namelijk in- en uitstappen en laden van de bestelbus, waarmee werknemer bekend is door de dagelijkse uitvoering van zijn werkzaamheden. Werkgeefster heeft veiligheidsmaatregelen getroffen, waaronder verstrekking van veiligheidsschoenen en aanbrengen van antislipvoorzieningen op de vloer en trede van de bestelbus. Deze maatregelen worden voldoende geacht binnen de zorgplicht. Door werknemer voorgestelde aanvullende maatregelen, zoals een laadklep en uitgebreidere instructies, worden niet vereist geacht gelet op de aard van de werkzaamheden. Het eventueel ontbreken van een RI&E leidt niet tot ander oordeel, omdat de zorgplicht reeds voldoende is ingevuld door de getroffen maatregelen. De kantonrechter wijst het verzoek af. De kosten van de deelgeschilprocedure worden op grond van artikel 1019aa Rv begroot. Een deel van de opgevoerde uren wordt gematigd wegens het ontbreken van een urenspecificatie, maar de kosten worden verder redelijk geacht en begroot.