Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5119
Feiten
Werknemer is sinds 1 mei 1985 in dienst bij STILL Intern Transport B.V. (hierna: STILL) in de functie van magazijnmedewerker. STILL heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. Volgens STILL komt werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet na. Ondanks loonopschorting en een latere loonstop heeft werknemer geen inhoudelijk verweer gevoerd in de procedure.
Oordeel
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Er is sprake van een redelijke grond voor ontbinding en er geldt geen opzegverbod. Uit het dossier blijkt dat er al sinds 2005 sprake is van terugkerende problemen rondom ziekmeldingen en afwezigheid. Werknemer heeft in de loop der jaren meerdere waarschuwingen ontvangen. Na zijn laatste ziekmelding in het najaar van 2025 is hij structureel onbereikbaar gebleven voor zowel werkgever als de bedrijfsarts. STILL heeft daarop het loon opgeschort per 22 november 2025 en later, na het niet verschijnen bij de bedrijfsarts op 17 december 2025, de loonbetaling stopgezet. Ook daarna heeft werknemer geen contact opgenomen. Het UWV kon geen deskundigenoordeel geven omdat werknemer niet bereikbaar was. De kantonrechter oordeelt dat werknemer door herhaaldelijk onbereikbaar te zijn en niet mee te werken aan zijn re-integratie, ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Herplaatsing ligt daarom niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten, omdat hem ernstig verwijtbaar handelen wordt toegerekend.
