Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 8 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2705
Feiten
Werknemer is sinds 15 februari 2021 in dienst bij werkgeefster. Vanaf 23 oktober 2023 is werknemer arbeidsongeschikt. Sinds 26 maart 2025 ontvangt werknemer een vervroegde IVA-uitkering. De loondoorbetalingsverplichting van werkgeefster eindigt op 21 oktober 2025. Werknemer kan zijn werkzaamheden niet meer verrichten. Werknemer heeft werkgeefster verzocht mee te werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van de transitievergoeding. Werkgeefster heeft in een e-mail van 20 januari 2026 aan werknemer meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat de arbeidsovereenkomst al per 21 oktober 2025 is geëindigd. Werknemer verzoekt primair om toekenning van een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding wegens een volgens hem onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De e-mail van werkgeefster van 20 januari 2026 kan niet worden aangemerkt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter acht van belang dat de CEO van werkgeefster in de veronderstelling verkeerde dat de arbeidsovereenkomst automatisch was geëindigd na afloop van de loondoorbetalingsverplichting. Volgens de kantonrechter is de mededeling voortgekomen uit onwetendheid en niet bedoeld als beëindiging van een nog bestaande arbeidsovereenkomst. Daarbij weegt mee dat werkgeefster een kleine organisatie is zonder HR-functionaris of andere professionals op dit gebied. De primaire verzoeken van werknemer worden daarom afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat werkgeefster moet meewerken aan beëindiging van het slapende dienstverband door ondertekening van de door werknemer opgestelde vaststellingsovereenkomst. Vaststaat dat werknemer langdurig arbeidsongeschikt is, de 104-wekenperiode is verstreken en werknemer zijn werkzaamheden niet meer kan verrichten. Werkgeefster heeft bovendien erkend dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen en dat zij de transitievergoeding en openstaande vakantiedagen verschuldigd is. Dat werkgeefster financieel in zwaar weer verkeert, komt volgens de kantonrechter voor haar rekening en risico.
Transitievergoeding en vakantiedagen
De kantonrechter kent werknemer een transitievergoeding toe van € 5.057,75 bruto. Daarbij wordt aangesloten bij het Xella-arrest, zodat voor de berekening wordt uitgegaan van het einde van de wachttijd op 21 oktober 2025. Daarnaast wordt werkgeefster veroordeeld tot betaling van € 10.562,56 bruto aan openstaande vakantiedagen.
