Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Fleet Robotica B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 6 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10801
Schorsing concurrentiebeding in kort geding. Werkgever heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat werknemer daadwerkelijk beschikt over bijzondere kennis die bescherming via een concurrentiebeding rechtvaardigt.

Feiten

Werknemer is op 1 oktober 2023 in dienst getreden bij Fleet Robotica in de functie van Fleet Inspector op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst is onder meer een geheimhoudings-, concurrentie- en boetebeding opgenomen. Blijkens het handelsregister biedt Fleet Robotica aan zee- en binnenvaartschepen gerobotiseerde onderwater inspectie-, duik- en reinigingsdiensten aan, inclusief bijbehorende rapportages, advies en analyses. Partijen hebben op 27 november 2025 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is bepaald dat de arbeidsovereenkomst van werknemer op 31 december 2025 eindigt. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer bepaald dat tussen partijen het concurrentiebeding onverminderd geldt. Op 1 januari 2026 is werknemer in dienst getreden bij PRE-GO DroneDuikinspecties (hierna: ‘PRE-GO’) in de functie van remotive Operated Vehicles-Pilot. Volgens Fleet Robotica handelt werknemer daarmee in strijd met het concurrentiebeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vraag die in dit kort geding voorligt, is of werknemer zijn werkzaamheden bij PRE-GO wegens overtreding van het concurrentiebeding moet staken, of dat het concurrentiebeding moet worden geschorst totdat onherroepelijk uitspraak in een bodemprocedure is gedaan. In beginsel verbiedt het concurrentiebeding werknemer om tot 31 december werkzaam te zijn bij een concurrent van Fleet Robotica. Uit de tekst van het concurrentiebeding volgt dat onder een concurrent wordt verstaan een onderneming die ‘gelijke, gelijksoortige of aanverwante’ activiteiten uitvoert. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat PRE-GO een gelijk of gelijksoortig bedrijf is. Dit betekent dat voorshands voldoende aannemelijk is dat werknemer het concurrentiebeding heeft overtreden door in dienst te treden bij PRE-GO. De kantonrechter kan in kort geding een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk schorsen indien voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding op grond van artikel 7:653 lid 3 sub b BW zal vernietigen. De kantonrechter overweegt het volgende. Fleet Robotica onderbouwt op geen enkele wijze dat werknemer daadwerkelijk beschikt over bijzondere technische knowhow over de drones, de ontwikkelde software en/of databasestructuren. Dat werknemer reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan de drones uitvoerde waarvoor deze bijzondere kennis nodig is, blijkt vooralsnog nergens uit. De omstandigheid dat werknemer nieuwe software in de praktijk moest testen en daarop feedback moest geven, betekent evenmin dat werknemer zelf bijzondere kennis heeft van de technische innovaties en/of ontwikkelde software en databasestructuren. Bovendien volgt uit het cv van werknemer niet dat hij een technische achtergrond heeft. Het door Fleet Robotica geschetste beeld, dat de Fleet Inspector nauw samenwerkt met de engineers aan technische verbeteringen en uit dien hoofde kennis heeft van de technische knowhow e.d., is dan ook niet aannemelijk. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat tijdens de mondelinge behandeling is aangeven dat Fleet Robotics een zelfstandige afdeling met zeven softwareontwikkelaars en elf engineers heeft. Er bestaat dan ook geen enkele noodzaak dat de Fleet Inspector uit hoofde van zijn functie, welke functie door slechts vier personen bij Fleet Robotics wordt uitgeoefend, over deze bijzondere kennis beschikt. De kantonrechter zal de vordering in conventie daarom toewijzen en het concurrentiebeding voorlopig schorsen.