Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 27 november 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:9888
Feiten
Werknemer is op 24 maart 2014 in dienst getreden bij Holland Wood B.V. (hierna: Holland Wood). Op de arbeidsovereenkomst was een cao van toepassing. Werknemer verrichtte productiewerkzaamheden, werkte met machines, bestuurde een heftruck en verving bij afwezigheid ook leidinggevenden. Werknemer stelt dat hij vanaf 2018 ten onrechte niet is ingeschaald in loongroep 4. Daarnaast vordert hij betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, vakantiedagen, feestdagen, roostervrije tijd, overwerk en reiskosten. Holland Wood betwist onder meer dat werknemer recht heeft op loongroep 4 en stelt dat er sprake was van een all-in loon. Ook voert Holland Wood aan dat reiskosten al deels zijn voldaan door het verstrekken van tankbonnen. Partijen twisten over de vraag of werknemer vanaf 2018 recht had op inschaling in loongroep 4, of hij recht heeft op betaling van overuren en of Holland Wood de reiskosten volledig heeft vergoed.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Inschaling en loonvordering
Werknemer is geslaagd in het bewijs dat hij vanaf 2018 werkzaamheden verrichtte die onder loongroep 4 vallen. Uit de getuigenverklaringen volgt dat werknemer zelfstandig met verschillende machines werkte, een heftruck bestuurde, robots instelde en leidinggevende taken vervulde bij afwezigheid van leidinggevenden. Deze werkzaamheden vereisten zelfstandigheid, vakkennis en praktijkervaring. Daarom had Holland Wood werknemer vanaf 2018 moeten inschalen in loongroep 4. Holland Wood wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon. Ook moet Holland Wood op grond van de cao alsnog vakantietoeslag, vakantiedagen, feestdagen en roostervrije tijd betalen. Het beroep van Holland Wood op een all-in loon slaagt niet, omdat de cao een minimum-cao is en het overeengekomen all-in uurloon daarmee in strijd was.
Overwerk
Werknemer is niet geslaagd in het bewijs dat hij recht heeft op betaling van overwerk. Uit de verklaringen volgt dat het maken van extra uren vrijwillig was. Dat Poolse werknemers vaak extra werkten om meer te verdienen, maakt nog niet dat er sprake was van verplicht overwerk. Ook is onvoldoende duidelijk geworden hoeveel overuren werknemer precies heeft gemaakt. De overwerkvordering wordt daarom afgewezen. Holland Wood wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 38.959,42 bruto aan achterstallig loon en cao-vergoedingen.
