Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 17 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10246
Feiten
Per 1 januari 2021 is werknemer bij werkgeefster in dienst is getreden in de functie van senior accountmanager. In zijn functie treedt werknemer onder meer op voor cliënten bij de totstandkoming van verzekeringen met diverse verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden (hierna: ‘NN’), en bij contacten met verzekeraars ten behoeve van die cliënten. Per e-mail van 19 september 2024 heeft werknemer NN verzocht om de hijskraan van zijn cliënt X B.V. in dekking te nemen. NN heeft op 1 oktober 2024 de polis voor de hijskraan afgegeven waarin als ingangsdatum van de polis 2 september 2024 is opgenomen. Op 27 november 2024 heeft tussen werknemer en X B.V. een gesprek plaatsgevonden waarin, onder meer, is gesproken over een schade veroorzaakt met de hijskraan. Diezelfde dag heeft werknemer een e-mail aan Y B.V. gestuurd waarin onder meer staat vermeld: “(…) De kraan is aangemeld op 18 september, de verklaring van RDW is 2-9-2024 en de schadedatum is 16-9-2024, gelukkig is de polis opgemaakt per 2 september 2024. Ik hoop dat Nationale Nederlanden niet dit gaat controleren, de schade was dus al bekend op 18 september (…).” NN heeft werknemer per brief van 18 juni 2025 bericht dat zij hem voor drie jaar extern en voor acht jaar intern registreert, omdat werknemer volgens NN de hijskraan, die tijdens een onverzekerde periode schade veroorzaakte, alsnog met terugwerkende kracht in dekking heeft laten nemen. Werkgeefster heeft werknemer op 19 juni 2025 op non-actief gesteld naar aanleiding van de interne en externe registraties door NN, waardoor het uitoefenen van de functie van werknemer onmogelijk is. Op 7 januari 2026 heeft werknemer NN gedagvaard in kort geding bij de rechtbank Den Haag. Op 20 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan. Daarin is bepaald dat NN dient zorg te dragen voor verwijdering van de persoonsgegevens van werknemer uit het Incidentenregister en het Externe verwijzingsregister. Werknemer staat nog in het Interne verwijzingsregister en de gebeurtenissenadministratie van NN geregistreerd. Werkgever verzoekt in deze procedure om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster stelt dat werknemer nog steeds geregistreerd staat in het Interne verwijzingsregister en de gebeurtenissenadministratie van NN en daarom niet van haar kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren op grond van andere omstandigheden (h-grond). De kantonrechter is van oordeel dat er in dit geval een redelijke grond is voor ontbinding op de h-grond. Hoewel werknemer alle informatie over de schademelding aan NN heeft gemeld, is door het handelen van werknemer wel de vertrouwensrelatie tussen werkgever (althans tussen werknemer) en NN beschadigd. Werkgever heeft voldoende onderbouwd dat NN op geen enkele wijze meer (in)direct met werknemer wenst samen te werken en dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn, nu ook in functies ‘achter de schermen’ het uitsluiten van volledige betrokkenheid van werknemer bij aanvragen of dossiers van NN niet realistisch is. Bovendien heeft NN werknemer in haar interne registers opgenomen. Dat brengt mee dat werknemer tot 2033 geen werkzaamheden kan verrichten voor de bij NN aangesloten bedrijven. Onbetwist is gesteld dat NN de grootste verzekeringspartner is van werkgever. Ook heeft werkgever onvoldoende betwist gesteld dat alle werkzaamheden van werkgever verband houden met de dossierbehandeling van verzekeraars, waarbij NN niet kan worden uitgesloten, zodat er aldus geen mogelijkheden meer zijn voor werknemer bij werkgever. Een en ander is het directe gevolg geweest van handelen van werknemer. Werkgever heeft daar op geen enkele wijze zelf aan bijgedragen en van hem mag onder voormelde omstandigheden dan ook niet verwacht worden het reële risico op verlies van samenwerking met haar grootste verzekeraar te dragen. Het belang van werkgever weegt in dit geval zwaarder dan het belang van werknemer.
