Rechtspraak
Feiten
Werknemer is sinds 1 november 2015 in dienst bij X als algemeen medewerker op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hij werkte 30 uur per week en verdiende laatstelijk € 2.569,54 bruto per maand exclusief vakantiegeld. X exploiteerde een supermarkt. In december 2025 is aan werknemer meegedeeld dat de supermarkt was verkocht. Op 14 december 2025 sloten X en Y een overeenkomst met de titel ‘Overeenkomst overname onderneming’. Daarin werd onder meer vastgelegd dat Y een bedrag van € 250.000 zou betalen voor inventaris en goodwill, dat de aanwezige voorraad afzonderlijk tegen inkoopwaarde zou worden overgenomen en dat geen personeelscontracten zouden worden overgenomen. Vanaf 24 december 2025 ontving werknemer geen loon meer. Kort daarna ontving hij van X een eindspecificatie, waarin onder meer een transitievergoeding van € 9.387,13 bruto was opgenomen. Op 4 januari 2026 heeft werknemer geluncht met de eigenaren van X en ontving hij € 1.000 netto. Enkele dagen later stuurde X hem een door haar ondertekende vaststellingsovereenkomst, gedateerd op 24 december 2025. Werknemer heeft deze overeenkomst niet ondertekend.
Werknemer stelde zich vervolgens op het standpunt dat zijn arbeidsovereenkomst niet was geëindigd. Hij verzocht X om loonbetaling vanaf 25 december 2025 en wendde zich ook tot Y met het verzoek zijn loon door te betalen. Volgens werknemer was er geen beëindiging met wederzijds goedvinden tot stand gekomen en was er sprake van overgang van onderneming, zodat zijn arbeidsovereenkomst voortduurde. Primair verzocht hij onder meer vernietiging van een eventuele opzegging, loonbetaling vanaf 24 december 2025, wettelijke verhoging en salarisspecificaties. Subsidiair verzocht hij om een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.
X voerde aan dat werknemer niet voor de nieuwe eigenaren wilde werken en dat uit zijn houding, gedrag en het behouden van de transitievergoeding mocht worden afgeleid dat hij had ingestemd met beëindiging van het dienstverband. Voor zover dat niet zo was, stelde X dat sprake was van overgang van onderneming en dat werknemer van rechtswege bij Y in dienst was gekomen. Y betwistte juist dat er sprake was van overgang van onderneming. Volgens haar waren slechts huurrechten overgenomen en werd de supermarkt niet voortgezet, maar omgevormd tot een bakkerij en delicatessenwinkel.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt eerst dat de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en X niet door middel van een vaststellingsovereenkomst is geëindigd. Voor het tot stand komen van een overeenkomst is aanbod en aanvaarding vereist. Hoewel X een vaststellingsovereenkomst aan werknemer heeft toegezonden, is niet gebleken dat werknemer deze heeft aanvaard. Dat hij de eerder betaalde transitievergoeding heeft behouden, is daarvoor onvoldoende. Ook van een andere opzegging van de arbeidsovereenkomst is niet gebleken. Het verzoek tot vernietiging van een eventuele opzegging wordt daarom afgewezen.
Vervolgens beoordeelt de kantonrechter of er sprake is van overgang van onderneming. Daarbij is beslissend of een economische eenheid haar identiteit behoudt. De kantonrechter acht van belang dat partijen een overeenkomst hebben gesloten over overname van de onderneming, dat niet alleen huurrechten maar ook inventaris, goodwill en voorraad zijn overgenomen, en dat een supermarkt als kapitaalintensieve onderneming sterk afhankelijk is van materiële activa. Aan het feit dat geen personeel is overgenomen, kent de kantonrechter weinig gewicht toe, omdat de werknemers kennelijk zelf niet wilden meegaan. Ook was de onderbreking van de exploitatie kort: de winkel was ongeveer anderhalve week gesloten.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de onderneming wezenlijk is gewijzigd. Kort voor de zitting hing de oude naam nog aan de gevel, was nog een supermarktassortiment zichtbaar en werd door een derde verklaard dat het nog steeds een supermarkt was. De stelling dat Y er een bakkerij en delicatessenwinkel van wilde maken, was niet nader onderbouwd en strookte ook niet met haar handelsnaam en inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
De kantonrechter concludeert daarom dat de identiteit van de onderneming behouden is gebleven en dat er sprake is van overgang van onderneming. Werknemer is op 24 december 2025 van rechtswege in dienst gekomen bij Y. Omdat de onduidelijkheid na de overgang voor rekening van Y komt, heeft werknemer recht op loon vanaf 24 december 2025. Y en haar vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot doorbetaling van het salaris en vakantiegeld, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt.
