Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Teddy Kids
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 21 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:9873
Vordering achterstallig loon en vakantiegeld. Werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat de oorzaak van het niet werken voor risico van werknemer moet komen.

Feiten

Teddy Kids is een kinderdagverblijf en een internationale privéschool (TISA Academy) in Leiden. Teddy Kids is als erkend referent aangemerkt bij de IND. Dat houdt onder meer in dat zij verblijfsvergunningen mag aanvragen voor kennismigranten. Werkneemster is als kennismigrante vanuit Zuid-Afrika naar Nederland gekomen om vanaf 1 september 2024 op basis van een jaarcontract te werken bij Teddy Kids. Teddy Kids heeft in dat kader een verblijfsvergunning voor haar aangevraagd en deze is ook door de IND aan werkneemster verleend. Als arbeidsvoorwaarden golden een vergoeding van de kosten voor kinderopvang en kosten huisvesting. Werkneemster huurde de woning van de bestuurder van Teddy Kids. De huurprijs bedroeg€ 1.800 per maand. Teddy Kids heeft werkneemster vanaf december 2024 vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon (garden leave). Bij brief van 15 april 2025 heeft de bestuurder onder meer het volgende geschreven: (i) werkneemster zou tijdens de avonduren online les geven, wat niet zou zijn toegestaan, (ii) omdat het huis van de bestuurder in de verkoop gaat, dient werkneemster zich te gedragen tijdens de bezichtiggingen, (iii) voor de fotosessie van het huis moet zij zorgdragen voor een opgeruimd huis en (iv) de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst eindigen per 31 augustus 2025. Werkneemster vordert onder meer achterstallig loon en vakantiegeld, achterstallige vergoeding kinderopvang en huisvesting en een transitievergoeding. Bij tegenverzoek vraagt Teddy Kids terugbetaling van loon en emolumenten en achterstallige schoolkosten.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat Teddy Kids het loon voor september 2024 moet betalen. Partijen zijn het erover eens dat het dienstverband zou aanvangen op 1 september 2024. Werkneemster is vervolgens op 23 september 2024 naar Nederland gekomen en heeft op 24 september 2024 haar eerste werkdag bij Teddy Kids gehad. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of werkneemster salaris moet ontvangen vanaf 1 september 2024 (zoals werkneemster stelt) of vanaf 24 september 2024 (zoals Teddy Kids stelt). Volgens werkneemster had Teddy Kids haar vergunningsaanvraag niet tijdig op orde, waardoor zij niet eerder dan 23 september 2024 naar Nederland kon komen. Dat komt volgens werkneemster voor rekening en risico van Teddy Kids. Teddy Kids is het daar niet mee eens. Volgens Teddy Kids is het proces bij de IND stroperig en dat komt niet voor haar rekening en risico. Teddy Kids meent daarom dat werkneemster recht heeft op het salaris voor de zeven dagen die zij in september 2024 heeft gewerkt, namelijk een bedrag van € 1.123 netto. Teddy Kids stelt dat zij dat bedrag al aan heeft betaald. Werkneemster heeft dat betwist. Teddy Kids heeft geen bewijsstuk overgelegd waaruit blijkt dat zij het bedrag heeft betaald. De kantonrechter is van oordeel dat Teddy Kids onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit zou kunnen volgen dat het aan werkneemster lag dat zij niet op tijd in Nederland was om op 1 september 2024 bij Teddy Kids aan het werk te gaan. Teddy Kids heeft niet weersproken dat zij de vergunningsaanvraag bij de IND heeft geregeld. Als dat proces vertraging oploopt, komt dat voor rekening en risico van de werkgever. Teddy Kids heeft de verschuldigdheid van het achterstallige salaris voor januari 2025 erkend en moet dat alsnog betalen. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster recht heeft op het vakantiegeld over de volledige periode van het dienstverband, dus van 1 september 2024 tot en met 31 augustus 2025. Teddy Kids moet de wettelijke verhoging en de wettelijke rente betalen. Ook moet Teddy Kids het resterende bedrag aan transitievergoeding betalen. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster recht heeft op een transitievergoeding, omdat Teddy Kids na de betwisting door werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het door werkneemster verzochte bedrag van € 21.600 bruto aan de vergoeding van de kosten voor de huisvesting wordt toegewezen. De vergoeding van de kosten voor de kinderopvang en de schoolkosten worden tegen elkaar weggestreept, zodat die verzoeken over en weer zullen worden afgewezen.