Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster c.s.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:4235
Loonvordering in kort geding wordt afgewezen, nu dezelfde loonvordering van werknemer in de bodemprocedure is toegewezen.

Feiten

Werknemer is werkzaam bij werkgeefster. In onderhavige kortgedingprocedure vordert werknemer om werkgeefster hoofdelijk te veroordelen tot (door)betaling van het achterstallig salaris vanaf 24 december 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging.

Oordeel

De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer af. Het loon dat werknemer in dit kort geding vordert, verzoekt hij ook in de verzoekschriftprocedure, die een bodemprocedure is. Omdat in die procedure de loonvordering van werknemer jegens werkgeefster (en haar vennoten) wordt toegewezen, heeft werknemer geen (spoedeisend) belang meer bij zijn loonvordering in dit kort geding. Wel wordt werkgeefster in de proceskosten van werknemer veroordeeld. Op het moment dat werknemer dit kort geding startte, had hij een spoedeisend belang bij zijn vordering. Het is op verzoek van werkgeefster geweest dat dit kort geding en de verzoekschriftprocedure gelijktijdig zijn behandeld, waardoor in die procedures op dezelfde dag uitspraak is gedaan.