Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Jah-Jireh Woonzorg
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 11 maart 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:2796
Rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet wegens wegnemen van gelden van een patiƫnt door medewerkster thuiszorgorganisatie voor Getuigen van Jehova.

Feiten

Werkneemster is sind 1 maart 2025 in dienst bij Stichting Jan-Jireh Woonzorg (hierna: Jan-Jireh), een thuiszorgorganisatie die onder meer huishoudelijke zorg biedt aan oudere en zorgbehoevende getuigen van Jehova. De functie van werkneemster is verpleegkundige mbo. Op 14 oktober 2025 had werkneemster een zorgmoment bij een cliënt. Jah-Jireh had daar een camera geplaats. Zij heeft die camerabeelden in het geding gebracht. Tijdens het zorgmoment keek de bestuurder van Jah-Jireh live mee via de geplaatste camera. Werkneemster is diezelfde dag op staande voet ontslagen, omdat zij geld heeft weggenomen van de cliënt. Jah-Jireh heeft als dringende reden(en) aan het ontslag ten grondslag gelegd, zowel ieder voor zich als in onderlinge samenhang bezien, dat Jah-Jireh sinds de indiensttreding van werkneemster meerdere meldingen van cliënten heeft ontvangen dat er geld ontbrak. In de periode dat werkneemster ziek was, zijn die meldingen niet binnengekomen. Vanaf het moment dat werkneemster weer begon met zelfstandige routes, kwamen er opnieuw meldingen binnen. Jah-Jireh heeft daarom een camera geïnstalleerd bij een van de cliënten om te zien of het werkneemster was die geld zou wegnemen bij cliënten. Jah-Jireh heeft € 50 in de portemonnee van de eerste cliënt van werkneemster gestopt en de portemonnee voor de camera gelegd. Naar aanleiding van hetgeen op die camerabeelden te zien was – het wegnemen van geld van de cliënt – heeft Jah-Jireh werkneemster op staande voet ontslagen. Nadien constateerden de bestuurder en een medewerker van Jah-Jireh dat er € 20 uit de portemonnee was verdwenen. Werkneemster verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De handelingen die werkneemster met betrekking tot de portemonnee verricht, vragen om een duidelijke uitleg, die werkneemster niet heeft kunnen geven. Bij binnenkomst laat zij een dementerende cliënte die in haar eigen urine in bed ligt aan haar lot over om zich bezig te houden met de portemonnee. Op de camerabeelden is te zien dat werkneemster in ieder geval de portemonnee heeft geopend, erin heeft gekeken, het mee buiten beeld heeft genomen en er geld in heeft gedaan. Dit wijst erop dat zij buiten beeld geld uit de portemonnee heeft gehaald. Dit bevestigt werkneemster in het gesprek nadien op kantoor. Volgens werkneemster heeft zij dit namelijk gedaan om geld voor de pedicure klaar te leggen. Jah-Jireh heeft zowel tijdens het gesprek op kantoor, als in de ontslagbrief, als tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat verpleegkundigen nooit geld hoeven te pakken uit de portemonnee van cliënten. Geld klaarleggen voor cliënten is geen beleid. Dit heeft werkneemster niet weersproken. Gelet hierop is het dan ook ongeloofwaardig dat werkneemster geld heeft klaar willen leggen voor de cliënt en is het aannemelijk dat zij geld voor zichzelf heeft gepakt uit de portemonnee. Dit volgt ook uit de omstandigheid dat de bestuurder en een medewerker van Jah-Jireh samen de portemonnee van cliënt hebben bekeken en hebben geconstateerd dat een bedrag van € 20 uit de portemonnee was verdwenen. Dat dit pas is gebeurd ná het ontslag van werkneemster maakt niet dat het ontslag onterecht was. Dit was slechts de bevestiging dat er inderdaad geld was weggenomen. Met het voorgaande staat het voor de kantonrechter vast dat werkneemster, zonder toestemming van de cliënt, geld heeft weggenomen. Daarmee heeft werkneemster het door Jah-Jireh in haar gestelde vertrouwen ernstig en onherstelbaar beschadigd. Het ontslag is rechtsgeldig gegeven. Werkneemster heeft geen recht op de transitievergoeding. De verzoeken van werkneemster worden afgewezen.