Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 22 april 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:2922
Feiten
Werknemer is op 1 februari 2013 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Wetac als accountmanager. Op 27 januari 2024 heeft werknemer per e-mail zijn ontslag ingediend met de mededeling dat hij “per heden” opzegt, onder dankzegging en met de intentie om de werkzaamheden netjes af te ronden. Wetac heeft bij brief van 30 januari 2024 bevestigd dat werknemer zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en erop gewezen dat bij een onregelmatige opzegging een schadevergoeding verschuldigd kan zijn. Tegelijkertijd heeft Wetac aangegeven ervan uit te gaan dat werknemer heeft bedoeld op te zeggen met inachtneming van de opzegtermijn, zodat het dienstverband per 1 maart 2024 zou eindigen. Daarbij is werknemer vrijgesteld van werkzaamheden tot het einde van het dienstverband met behoud van loon en met de mededeling dat openstaande vakantiedagen geacht werden te zijn opgenomen. Wetac heeft het loon over februari 2024 en vakantietoeslag uitbetaald. Later ontstond een geschil over vermeende concurrentie en over de eindafrekening. Werknemer maakte aanspraak op uitbetaling van 73,21 vakantie-uren en 9,13 ATV-uren. Wetac stelde zich op het standpunt dat deze uren al waren genoten tijdens de vrijstelling van werk en dat mogelijk zelfs sprake was van een tekort. Daarnaast stelde Wetac dat sprake was van een onregelmatige opzegging of van afspraken waarbij verlof als opgenomen moest worden beschouwd. Werknemer vordert betaling van € 2.852,26 bruto aan openstaande vakantie-uren en € 355,70 bruto aan ATV-uren, vermeerderd met wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en verstrekking van een deugdelijke bruto-nettospecificatie. Hij stelt dat hij met inachtneming van de opzegtermijn heeft opgezegd, dat hij nog werkzaamheden heeft verricht en dat de vrijstelling van werk eenzijdig door Wetac is opgelegd, zodat verrekening met vakantiedagen niet is toegestaan. Wetac voert verweer en stelt primair dat er sprake is van een onregelmatige opzegging per direct, waardoor werknemer schadeplichtig is en het loon over februari onverschuldigd is betaald. Subsidiair stelt zij dat partijen zijn overeengekomen dat werknemer tot 1 maart 2024 vrijgesteld was van werk onder verrekening van vakantiedagen. In reconventie vordert Wetac terugbetaling van een bedrag van € 3.856,85 wegens te veel betaald loon en vergoeding van volledige proceskosten, stellende dat werknemer misbruik van procesrecht maakt.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de kern van het geschil is of werknemer nog recht heeft op uitbetaling van vakantie- en ATV-uren en wanneer het dienstverband is geëindigd. Voor opzegging is een duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring vereist. Hoewel werknemer “per heden” schreef, blijkt uit de context dat hij de bedoeling had de arbeidsovereenkomst netjes af te ronden. Ook Wetac heeft dit aanvankelijk zo begrepen en is uitgegaan van een beëindiging per 1 maart 2024. Nu werknemer niet heeft tegengesproken en nog werkzaamheden heeft verricht en loon over februari is betaald, wordt aangenomen dat het dienstverband per 1 maart 2024 is geëindigd. De vrijstelling van werkzaamheden is een eenzijdige beslissing van Wetac en komt voor haar rekening en risico. Dit ontslaat haar niet van de verplichting het loon door te betalen. Evenmin kan zij eenzijdig bepalen dat vakantiedagen zijn opgenomen, nu vakantie in beginsel overeenkomstig de wensen van de werknemer wordt vastgesteld. Niet is gebleken dat werknemer hiermee heeft ingestemd. Daarom stonden de 73,21 vakantie-uren bij het einde van het dienstverband nog open en moeten deze worden uitbetaald. Van onverschuldigde betaling van loon is geen sprake, zodat het beroep op verrekening faalt. De vordering tot betaling van € 2.852,26 bruto wordt toegewezen, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente. De vordering met betrekking tot ATV-uren wordt afgewezen, omdat daarvoor geen wettelijke regeling geldt en geen afspraak is aangetoond die recht geeft op uitbetaling. De gevraagde bruto-nettospecificatie wordt toegewezen zonder dwangsom. De buitengerechtelijke incassokosten worden gedeeltelijk toegewezen. De reconventionele vorderingen van Wetac, waaronder terugbetaling van loon en vergoeding van volledige proceskosten, worden afgewezen. Wetac wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
