Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/KPN B.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:4483
Werkneemster verzoekt voorlopig deskundigenbericht na arbeidsongeval, over de vraag welke schade er is en in hoeverre die veroorzaakt is door het ongeval. Kantonrechter benoemt neuroloog en neuropsycholoog tot deskundige en formuleert onderzoeksvragen.

Feiten

Werkneemster werkte bij KPN B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst. Op 31 januari 2018 heeft zij op het toilet een plafondplaat met een lamparmatuur op haar hoofd en nek gekregen. Werkneemster stelt dat zij daar nog steeds klachten en beperkingen door ervaart. KPN heeft erkend dat zij aansprakelijk is voor de schade van werkneemster die het gevolg is van het bedrijfsongeval. KPN en werkneemster hebben discussie over de klachten die werkneemster heeft en in hoeverre die zijn toe te schrijven aan het ongeval. Werkneemster vraagt de kantonrechter een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen, om duidelijkheid te krijgen over de vraag welke schade er is en of die het gevolg is van het ongeval. KPN heeft hier geen bezwaar tegen. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vragen welke deskundigen moeten worden benoemd, welke vragen moeten worden gesteld en welke stukken de deskundigen moeten betrekken in het onderzoek. 

Oordeel

De kantonrechter beveelt allereerst een neurologisch deskundigenonderzoek en formuleert onderzoeksvragen. Drs. J. van Hoey Smith wordt benoemd tot deskundige. KPN dient een voorschot op de kosten van die deskundige te voldoen, dat wordt vastgesteld op een bedrag van € 6.750. Voorts beveelt de kantonrechter een neuropsychologisch onderzoek en wordt een aantal vragen geformuleerd. Dr. J. Bruins wordt benoemd tot deskundige. Ook ten aanzien van deze deskundige dient KPN een voorschot op de kosten te voldoen, dat wordt vastgesteld op een bedrag van € 7.300.