Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 24 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7870
Feiten
Werknemer is sinds 23 december 2024 werkzaam voor KVA beveiliging B.V. (hierna: ‘KVA’) als beveiligingsbeambte in opleiding. Hij heeft daartoe per 23 september 2024 een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst gesloten met KVA. In de arbeidsovereenkomst staat dat deze op 22 september 2025 eindigt. In de praktijkovereenkomst staat dat deze van rechtswege eindigt door het met een positieve beoordeling voltooien van de opleiding of het opleidingsonderdeel. Op 16 april 2025 heeft werknemer van KVA een schriftelijke waarschuwing ontvangen. Daarin is werknemer een aantal verwijten gemaakt die zowel betrekking hadden op zijn werkzaamheden als op de manier waarop hij met personeel en zijn leidinggevende omging. Per e-mail van 11 juli 2025 heeft KVA aan werknemer laten weten dat met het succesvol behalen van de stage de praktijkovereenkomst per direct is geëindigd. Per e-mail van 14 juli 2025 heeft KVA nogmaals bevestigd dat de stageperiode tot een einde is gekomen, dat werknemer zijn bedrijfsspullen moet inleveren. Per e-mail van 15 juli 2025 laat werknemer weten dat hij zich de vrijdag ervoor heeft ziek gemeld. Op 20 augustus 2025 heeft KVA werknemer laten weten dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval zou eindigen op 22 september 2025, om zo aan haar eventuele aanzegverplichting te voldoen. Bij brief van 27 augustus 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. Het gaat daarbij om: (i) het valselijk opmaken en indienen van rapporten, (ii) het maken en verspreiden van een filmpje op sociale media met betrekking tot een valse melding inbraakalarm, (iii) het maken en verspreiden van een filmpje op sociale media van rijden op een heftruck, (iv) onterechte vermelding op LinkedIn en (v) verschillende aanzienlijke snelheidsovertredingen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter moet eerst vaststellen op welk moment de arbeidsovereenkomst geëindigd is. Volgens KVA staat in de arbeidsovereenkomst dat deze eindigt ‘op de dag dat werknemer niet langer in het bezit is van de toestemming van de overheid/Korpscheftaken om de functie van beveiliger uit te oefenen’. KVA stelt dat die toestemming van rechtswege wordt ingetrokken op het moment dat de praktijkovereenkomst eindigt, in dit geval op 11 juli 2025. De kantonrechter is van oordeel dat de vervulling van de voorwaarde te veel onduidelijkheid laat, zodat moet worden uitgegaan van de in de arbeidsovereenkomst genoemde einddatum van 22 september 2025. Op 27 augustus 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet het ontslag op staande voet aan de wettelijke vereisten. De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat werknemer ook na de waarschuwing aanzienlijke snelheidsovertredingen heeft begaan. Werknemer heeft deze overtredingen gemaakt tijdens de uitoefening van zijn functie als KVA-beveiliger en daarmee ook namens KVA. Ook het plaatsen van de video waarin werknemer te zien is in bedrijfskleding van KVA, al slingerend rijdend op een heftruck van een klant van KVA, levert naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op. Daarmee is de arbeidsovereenkomst geëindigd op 27 augustus 2025.
