Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:3533
Loonvordering werknemer afgewezen vanwege detentie in een forensisch psychiatrisch centrum.

Feiten

Werknemer is op 1 februari 2023 in dienst getreden bij werkgever. Vanaf 9 oktober 2024 was hij gedetineerd. Vanaf 23 september 2025 zit werknemer in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Werknemer eist dat werkgever zijn loon betaalt vanaf 2 oktober 2025, omdat hij vanaf dat moment door ziekte verhinderd was om te werken. Volgens werkgever kan werknemer niet kan werken omdat hij niet vrijwillig is opgenomen; daarom hoeft werkgever hem geen loon te betalen.

Oordeel

De rechter oordeelt dat werkgever gelijk heeft. Daarom wordt de eis van werknemer afgewezen. Het is juist dat een werknemer in beginsel recht heeft op loon als hij door ziekte niet kan werken. De reden dat werknemer niet kan werken is echter niet dat hij ziek is, maar dat hij in het Forensisch Psychiatrisch Centrum zit. Dat is een oorzaak die aan werknemer moet worden toegerekend. Werknemer voert weliswaar aan dat hij daar vrijwillig zit, maar dat blijkt nergens uit. Uit de brief van de vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel blijkt alleen dat werknemer daar van 11 oktober 2024 tot 23 september 2025 in detentie heeft verbleven, niet dat hij vanaf die datum een vrij man was. De brief wekt zelfs de tegenovergestelde suggestie, namelijk dat zijn verblijf in het Forensisch Psychiatrisch Centrum juist niet vrijwillig is gelet op de bewoordingen dat hij vervolgens ‘in een kliniek is geplaatst’. Aannemelijk is dat deze plaatsing bedoeld is als alternatief voor detentie. Daarom heeft hij geen recht op loon.