Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3727
Feiten
Werknemer is als directeur in dienst van werkgeefster. Op 30 september 2025 heeft hij zonder voorafgaand overleg een bedrag van € 48.854,40 uit hoofde van achterstallig salaris aan zichzelf overgemaakt. Naar aanleiding daarvan is hij op 1 oktober 2025 op staande voet ontslagen. Werknemer berust in het ontslag, maar doet diverse verzoeken die verband houden met dit, in zijn ogen onterechte, ontslag. Werkgeefster vordert onder meer terugbetaling van het bedrag van € 48.854,40.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontslag op staande voet rechtsgeldig
De eerste vraag die beantwoord dient te worden, is of werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Geoordeeld wordt dat een dringende reden aanwezig is. De betaling heeft plaatsgevonden zonder voorafgaand overleg en ook zonder dat de betreffende betaling voorkwam in het pdf-bestand dat normaliter werd aangeleverd over de salarisbetalingen. Van belang is dat het een vermeende vordering betreft die ziet op een periode waarbij het bedrijf in een opstartfase was en er al wel werkzaamheden werden verricht door werknemer. In die periode is er kennelijk voor gekozen om betalingen door middel van een lumpsum te laten plaatsvinden en pas op een later moment is overgegaan op betalingen van nettobedragen onder inhouding van loonbelasting. Dat werknemer aanspraak maakte op betaling van achterstallig salaris over deze periode is eerst schriftelijk duidelijk gemaakt in een brief van 29 augustus 2025 van zijn advocaat. Ter zitting is duidelijk geworden dat de advocaat van werkgeefster vervolgens contact heeft opgenomen met de advocaat van werknemer om deze en vele andere kwesties die tussen partijen liepen te bespreken. Door deze besprekingen niet af te wachten, maar zonder overleg het bedrag van € 48.854,40 naar zichzelf over te maken, heeft werknemer op ernstige wijze zijn vertrouwenspositie als directeur geschonden. Werknemer bekleedde als directeur een sleutelpositie in het bedrijf en had onbeperkte volmacht tot het doen van betalingen. Een dergelijke positie gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid. Werkgeefster moet er blindelings op kunnen vertrouwen dat haar directeur in dergelijke gevallen niet eigenmachtig substantiële bedragen naar zichzelf overmaakt. Het ontslag op staande voet is terecht gegeven. Het handelen van werknemer wordt tevens aangemerkt als ernstig verwijtbaar, waardoor hij geen recht heeft op de transitievergoeding.
Geen terugbetaling achterstallig salaris
De vordering tot terugbetaling van het achterstallig salaris zal worden afgewezen. Werknemer heeft door overlegging van zijn bankafschriften alsmede de jaarrekening van werkgeefster en zijn salarisstroken inmiddels genoegzaam onderbouwd dat hem een bedrag van € 48.854,40 aan achterstallig salaris toekwam. Werkgeefster heeft hier onvoldoende tegen ingebracht.
