Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:3041
Feiten
Werkneemster is op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam bij Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (hierna: Erasmus) als universitair hoofddocente radiologie & nucleaire geneeskunde. Zij heeft zich, in het kader van EU-subsidies die Erasmus had aangevraagd, op het standpunt gesteld dat zij een jaar naar Duitsland en acht maanden naar Italië gedetacheerd is geweest. Volgens Erasmus is zij daar niet daadwerkelijk geweest, omdat dit niet blijkt uit de aanwezige onderbouwing. Erasmus verzoekt de kantonrechter daarom om de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk te ontbinden, primair omdat er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair omdat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair omdat er sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan (i-grond).
Oordeel
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en oordeelt als volgt. Er is sprake van een redelijke grond voor ontbinding, te weten verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond). Werkneemster heeft zich in het kader van twee projecten, PRISAR en CANCER, op het standpunt gesteld dat zij zelf gedetacheerd is geweest naar het buitenland. Het ging voor PRISAR om een detachering in Duitsland voor een jaar en voor CANCER om een detachering in Italië voor acht maanden. Voor deze detacheringen heeft Erasmus EU-subsidies aangevraagd, die zijn toegekend en uitbetaald. De administratieve begeleiding hiervan heeft het bedrijf Percuros B.V. (hierna: Percuros) voor haar rekening genomen. In september 2023 heeft “Follow The Money” bericht dat Percuros wordt verdacht van structurele fraude bij het aanvragen van EU-subsidies voor het Leids Universitair Medisch Centrum. Omdat Erasmus ook gebruikmaakte van de diensten van Percuros heeft zij EY Forensic & Integrity Services gevraagd een onderzoek te doen. EY heeft onder andere geconcludeerd dat de aanwezigheid van werkneemster in Duitsland en Italië op basis van de beschikbare (administratieve) verantwoordingen en gerelateerde onderbouwingen niet kan worden gereconstrueerd. Hiermee heeft Erasmus naar het oordeel van de kantonrechter haar stelling dat er sprake is geweest van ‘spookdetacheringen’ voldoende onderbouwd. Veel meer onderbouwing dat iets níet is gebeurd kan zij namelijk niet geven. Daarentegen heeft werkneemster haar stelling dat de detacheringen wel plaats hebben gevonden onvoldoende onderbouwd. De enige onderbouwing die EY heeft gezien voor de detachering naar Duitsland zijn urenregistraties en een gastvrijheidsdocument, maar aan deze documenten kan weinig waarde worden gehecht nu deze achteraf zijn gemaakt door Pecuros. Verder heeft werkneemster een verklaring overgelegd van een hoogleraar die verklaart dat hij met werkneemster gedetacheerd is geweest in Duitsland, maar ook hier wordt weinig waarde aan gehecht nu deze hoogleraar een van de oprichters van Percuros is en wordt verdacht van dezelfde ‘spookdetacheringen’ als werkneemster. Wat overblijft, is de verklaring van werkneemster op de zitting dat zij elke week op maandag met de auto naar Duitsland reed. Ter plekke betaalde zij alles contant. Zij gebruikte een papieren agenda die zij niet mocht meenemen. Ze overnachtte bij een collega en bij een vriend. In het weekend ging ze meestal terug naar Nederland. Er staat daarnaast een publicatie uit die periode online. Deze onderbouwing vindt de kantonrechter onvoldoende, zeker gezien het feit dat werkneemster nog op vele andere manieren haar detachering had kunnen onderbouwen. Voor de detachering in Italië heeft werkneemster meer onderbouwing aangeleverd, maar de kantonrechter vindt dit nog steeds te beperkt voor een detachering van acht maanden. De kantonrechter vindt het niet nodig om een bewijsopdracht te geven om te kunnen vaststellen of werkneemster daadwerkelijk acht maanden in Italië is geweest of dat het ging om een paar korte bezoeken, nu het oordeel dat werkneemster niet in Duitsland is geweest al voldoende is voor het ontbinden van de arbeidsovereenkomst. De belangrijkste reden hiervoor is dat werkneemster niet integer is geweest. Het is voor Erasmus niet meer mogelijk om op haar te vertrouwen. Ook is van belang dat Erasmus onbetwist gesteld heeft dat werkneemster veel ervaring had met het werken in gesubsidieerde onderzoeksprojecten. Zij heeft dan ook bewust de EU om de tuin geleid. Verder weegt de kantonrechter mee dat werkneemster gedurende het onderzoek en in deze procedure geen openheid van zaken heeft gegeven en dat zij de reputatie van Erasmus op het spel heeft gezet. Het handelen van werkneemster acht de kantonrechter ook ernstig verwijtbaar. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst per direct en zonder toekenning van een transitievergoeding ontbonden. De tegenverzoeken van werkneemster tot toekenning van een billijke vergoeding én tot veroordeling van Erasmus om het INTRABRAIN-project terug te geven aan werkneemster en het persbericht te rectificeren worden afgewezen.
