Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Staan Finance & Consultancy B.V. c.s.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:2424
Is er sprake van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht? X vordert verklaring voor recht dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, terwijl hij daarnaast betaling van openstaande facturen verlangt.

Feiten

X heeft vanuit zijn eenmanszaak een “Overeenkomst van opdracht Interim Consultant” gesloten met Staan, op grond waarvan hij als financial controller via Staan werkzaamheden verrichtte bij PotatoNext. In de overeenkomst is expliciet vastgelegd dat partijen geen arbeidsovereenkomst beogen, dat X zijn werkzaamheden zelfstandig indeelt en dat hij wordt betaald op basis van een all-in uurtarief zonder inhouding van loonbelasting of sociale premies. Facturatie vond plaats via self-billing op basis van door PotatoNext goedgekeurde urenstaten. De overeenkomst is meerdere keren verlengd en liep uiteindelijk tot en met 31 januari 2025. Over januari 2025 heeft X 168 uren gedeclareerd, die door PotatoNext zonder opmerkingen zijn goedgekeurd. Staan heeft vervolgens een factuur opgesteld, maar betaling bleef uit nadat PotatoNext stelde dat X structureel te veel uren had gedeclareerd op basis van onderzoek naar laptop- en ERP-activiteit. X heeft een deel gecrediteerd, maar het resterende bedrag bleef onbetaald. Daarnaast heeft PotatoNext een aanzienlijk bedrag wegens vermeend onterecht gedeclareerde uren aan Staan gefactureerd, dat Staan vervolgens op X verhaalde. X vordert onder meer een verklaring voor recht dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst met PotatoNext en/of Staan en betaling van loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van een arbeidsovereenkomst met Staan is niet gebleken, omdat X onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake was van een gezagsverhouding. Volgens zijn eigen toelichting ontving hij juist instructies van PotatoNext. Ten aanzien van PotatoNext geldt als uitgangspunt dat de rechtszekerheid zich verzet tegen een geruisloze vervanging van een inleenverhouding in een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter beoordeelt daarom of de feitelijke uitvoering toch neerkomt op een arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt meegewogen dat er sprake was van een tijdelijk project, dat X werkte op basis van een uurtarief via Staan, geen betalingen van PotatoNext ontving, zelf verantwoordelijk was voor verzekeringen en dat er sprake was van ondernemersrisico. Ook blijkt dat X zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt en voor meerdere opdrachtgevers werkte. Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de kantonrechter van oordeel dat de verhouding niet kan worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De rechtsverhouding tussen X en PotatoNext moet worden gezien als een inleenverhouding voortvloeiend uit de overeenkomst van opdracht met Staan. De gevorderde verklaring voor recht en loonvorderingen worden daarom afgewezen. Ten aanzien van de factuur over januari 2025 geldt dat de urenstaten door PotatoNext zijn goedgekeurd en moeten worden aangemerkt als onderhandse aktes die dwingend bewijs opleveren van de gewerkte uren. Tegenover dit dwingende bewijs staat tegenbewijs open, maar de kantonrechter oordeelt dat Staan daarin niet is geslaagd. Niet is komen vast te staan dat X minder uren heeft gewerkt dan gedeclareerd. Daarom staat vast dat X de door hem opgegeven uren daadwerkelijk heeft gewerkt en daarvoor aanspraak heeft op vergoeding conform het afgesproken uurtarief. De vordering van Staan in reconventie wordt afgewezen. X heeft recht op betaling van de openstaande factuur over januari 2025, vermeerderd met wettelijke handelsrente.