Naar boven ↑

Rechtspraak

Serco Netherlands B.V./werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 11 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:5848
Afwijzing ontbindingsverzoek werkgever: werkzaamheden werknemer zonder deugdelijke motivering gunnen aan collega leveren geen a- of h-grond op.

Feiten

Serco detacheert werknemers bij ESA op basis van raamovereenkomsten (waaronder het EFC2-contract). Werknemer werkt sinds 1998 bij ESA en sinds 2001 via Sapienza in logistieke functies. In 2009 wordt zijn functie gewijzigd in technical officer services for logistics, production and exhibitions. Per 1 januari 2021 treedt hij in dienst bij Sapienza NL en per 15 december 2021 wordt zijn arbeidsovereenkomst herzien: hij wordt als programme/projectcontroller bij ESA geplaatst, gekoppeld aan een opdracht tot 31 december 2022. Op 20 december 2022 meldt Sapienza NL dat onder het EFC2-contract een nieuwe overeenkomst voor Logistic Services is gegund en dat werknemer per 1 januari 2023 wordt ingezet als inventory control transport and logistic officer. In de bijgevoegde functieomschrijving is een masterdiploma vereist. Werknemer tekent de brief niet. In het bij ESA ingediende voorstel (Work Package BMC-31) wordt hij aangeduid als logistics and transport consultant en key personnel. In een business continuity proposal van 23 maart 2023 wordt X gepresenteerd als nieuwe servicemanager en key personnel, boven werknemer. Nadat ESA op 9 november 2023 aangeeft dat Work Package BMC-31 per 31 december 2023 eindigt wegens minder lanceeractiviteiten, stelt Sapienza NL op 20 november 2023 voor het servicevolume te beperken tot alleen sleutelpersoneel. Daarbij blijft X als enige over en vervalt onder meer werknemer. ESA stemt hiermee in op 22 november 2023. Bij brief van 29 november 2023 bericht Sapienza NL aan werknemer dat zijn opdracht bij ESA per 1 januari 2024 eindigt en dat zijn functie niet langer nodig is. Vanaf die datum verricht werknemer geen werkzaamheden meer; Serco (rechtsopvolger na fusie met Sapienza NL per 8 januari 2024) betaalt zijn loon door. Het UWV weigert Serco op 15 april 2025 toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Vervolgens verzoekt Serco de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de a-grond (bedrijfseconomische redenen) dan wel de h-grond (andere omstandigheden).

Oordeel

a-grond

De kantonrechter oordeelt dat Serco niet heeft onderbouwd waarom de arbeidsplaats van werknemer is vervallen. Serco heeft ESA voorgesteld om het team te beperken tot sleutelpersoneel, maar laat daarbij onbesproken dat werknemer in een eerder voorstel zelf als key personnel is aangemerkt. De keuze om X als enige over te houden en werknemer te laten vervallen, wordt niet gemotiveerd, terwijl werknemer juist veel meer ervaring heeft en goede beoordelingen van ESA heeft ontvangen. De arbeidsplaats is feitelijk niet verdwenen, maar opnieuw ingevuld door X. Dat deze keuze noodzakelijk zou zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering is niet onderbouwd. Ook het gestelde verschil tussen de functie van servicemanager en die van programme/projectcontroller is onvoldoende uitgewerkt. Serco heeft wel functieomschrijvingen overgelegd, maar niet concreet uiteengezet welke wezenlijke verschillen maken dat X noodzakelijkerwijs moest blijven en werknemer niet. De toelichting ter zitting over ‘dagelijks overleg, technische onderdelen, managen en organiseren’ acht de kantonrechter onvoldoende, mede omdat bij een team van één werknemer het aanhouden van een manager niet doelmatig is. Daarbij komt dat werknemer onweersproken heeft gesteld dat hij X heeft ingewerkt, waaruit blijkt dat de werkzaamheden sterk overeenkomen. Het argument dat werknemer niet beschikt over een mastertitel overtuigt evenmin, nu Serco eerder zelf – ondanks dat gebrek – de functie aan hem heeft gegund en niet uitlegt waarom dit later ineens onoverkomelijk zou zijn. Omdat Serco niet aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsplaats van werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden is vervallen, wordt de ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW afgewezen.

h-grond

De h-grond biedt evenmin soelaas. Dat werknemer inmiddels circa 18 maanden ‘op de bank’ zit, is volgens de kantonrechter in belangrijke mate het gevolg van Serco’s eigen keuze om zijn werk aan X te gunnen zonder deugdelijk motief. Serco heeft niet concreet onderbouwd waarom de huidige situatie bedrijfseconomisch onhoudbaar zou zijn, noch andere omstandigheden gesteld die een ontbinding op de h-grond kunnen dragen. Omdat al geen deugdelijke ontslaggrond is aangetoond, komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de herplaatsingsinspanningen. Het ontbindingsverzoek van Serco wordt integraal afgewezen.