Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 februari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:9019
Feiten
Werkneemster heeft aanvankelijk via een uitzendovereenkomst en daarna via een arbeidsovereenkomst werkzaamheden voor de gemeente Amsterdam verricht. Tijdens de periode dat zij via het uitzendbureau werkte, was zij werkzaam als medewerkster inloopbalie. Vanaf de indiensttreding bij de gemeente Amsterdam heeft zij werkzaamheden verricht in de functie van medewerkster dienstverlening D bij Cluster Stadsbeheer. Het laatstverdiende salaris bedraagt € 2.652,48 bruto per maand voor 32 uur per week, exclusief 17,05% IKB. Op 10 maart 2023 is werkneemster uitgegleden, waardoor zij zich heeft moeten ziekmelden. Op 2 maart 2023 heeft een incident plaatsgevonden naar aanleiding waarvan Bureau Integriteit (BI) een onderzoek is begonnen onder andere naar werkneemster. Werkneemster heeft, na een aantal afgezegde/verplaatste afspraken, ervoor gekozen niet met BI in gesprek te gaan. Op 13 april 2023 heeft de gemeente Amsterdam zowel telefonisch als per e-mail aan werkneemster bevestigd dat haar arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd, en daarom van rechtswege eindigt op 31 mei 2023. Werkneemster ontvangt een Ziektewetuitkering. Zij verzoekt primair te bepalen dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd maar is voortgezet voor onbepaalde tijd, althans de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de gemeente Amsterdam te vernietigen, en de gemeente te veroordelen tot doorbetaling van loon, met wettelijke verhoging. Werkneemster stelt dat door het aangaan van de arbeidsovereenkomst met de emeente Amsterdam een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Zij verrichtte tijdens de uitzendperiode nagenoeg dezelfde werkzaamheden. Daarom is er niet alleen sprake van een overschrijding van de termijn van drie jaar, maar is de arbeidsovereenkomst met de gemeente ook de vierde overeenkomst in de keten. Bovendien is aan haar toegezegd dat haar arbeidsovereenkomst bij de gemeente Amsterdam zou worden verlengd. De gemeente is van oordeel dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat de werkzaamheden die werkneemster verrichtte nadat zij in dienst was getreden, anders waren.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat vast is komen te staan dat de functie van werkneemster bij de gemeente Amsterdam een andere was dan de functie die zij uitvoerde via het uitzendbureau. Werkneemster stelt dat haar werkzaamheden voor 50% hetzelfde zijn gebleven en dat er voor 50% nieuwe werkzaamheden bij zijn gekomen. De gemeente Amsterdam betwist dit en voert aan dat de werkzaamheden nog meer verschilden. Maar ook als van het standpunt van werkneemster wordt uitgegaan, volgt hieruit dat zij niet (nagenoeg) dezelfde werkzaamheden is blijven doen. Zij heeft er andere werkzaamheden bij gekregen en daarbij is zij ook in een hogere schaal beloond. Ook is er van opvolgend werkgeverschap geen sprake. Werkneemster heeft zich ook op het standpunt gesteld dat aan haar een toezegging is gedaan dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden verlengd. Deze toezegging is echter gemotiveerd betwist en niet nader onderbouwd door werkneemster. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd. De gemeente Amsterdam heeft dat einde ook aangezegd op 13 april 2023. Alle primaire vorderingen, behoudens het voorschot op een schadevergoeding, zijn daarop gebaseerd, en dienen derhalve te worden afgewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd, is een billijke vergoeding niet aan de orde.
