Naar boven ↑

Rechtspraak

Crawford & Company (Nederland) B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:2348
Rechtbank bevoegd van geschil kennis te nemen. Geen sprake van geschil 'betreffende een arbeidsovereenkomst'. Geschil betreft afspraak over verschuldigdheid van boete op grond van koopovereenkomst wanneer werknemer binnen vijf jaren na aandelenoverdracht arbeidsovereenkomst opzegt.

Feiten

Crawford & Company (Nederland) B.V. (hierna: Crawford) heeft op 1 oktober 2021 de aandelen van BosBoon Expertise Group B.V. (hierna: BosBoon) overgenomen via een aandelenoverdracht (hierna: de koopovereenkomst). Ten tijde van de overdracht was werknemer middellijk aandeelhouder van BosBoon. Partijen hebben in de Koopovereenkomst diverse afspraken gemaakt over de aandelenoverdracht, waaronder de verplichting dat werknemer gedurende een periode van vijf jaren vanaf de overdracht van de aandelen in dienst blijft bij Crawford. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst binnen die vijf jaren beëindigd. Crawford vordert in de hoofdzaak bij de rechtbank betaling van een boete van € 65.567,96 (met rente). Werknemer vordert in het incident dat de sector civiel van de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de kantonrechter Amsterdam. De vordering die Crawford instelt, betreft volgens werknemer de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, op grond waarvan de kantonrechter Amsterdam volgens hem bevoegd is van de vordering kennis te nemen.

Oordeel

De rechtbank is van oordeel dat de vordering in de hoofdzaak in een te ver verwijderd verband staat tot de arbeidsovereenkomst van werknemer om tot het oordeel te kunnen komen dat er sprake is van een vordering “betreffende” een arbeidsovereenkomst. In de hoofdzaak is niet de arbeidsovereenkomst in geschil, zoals Crawford terecht aanvoert, maar de afspraak over de verschuldigdheid van een boete wanneer werknemer binnen vijf jaren na de aandelenoverdracht de arbeidsovereenkomst opzegt, neergelegd in artikel 14.6 van de Koopovereenkomst. In dat artikel wordt weliswaar verwezen naar de arbeidsovereenkomst voor wat betreft het moment waarop een boete verschuldigd raakt en de hoogte van die boete (die is gekoppeld aan het maandsalaris), maar dat is te weinig om tot de conclusie te komen dat de vordering van Crawford in de hoofdzaak die arbeidsovereenkomst betreft. Omdat geen sprake is van een geschil betreffende een arbeidsovereenkomst, wordt het forumkeuzebeding in artikel 26.1 van de Koopovereenkomst niet geblokkeerd door artikel 108 lid 2 Rv. Dat forumkeuzebeding geldt dus in de hoofdzaak. Op grond daarvan is het Team handel en haven van de rechtbank Rotterdam bevoegd kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak. De vordering van werknemer wordt afgewezen. Iedere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.