Naar boven ↑

Rechtspraak

Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 24 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2290
Medewerker KLM die gedurende elf maanden stelselmatig reiskosten declareerde voor niet gemaakte ritten is gefixeerde schadevergoeding verschuldigd wegens rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet.

Feiten

Werknemer is op 13 november 2023 in dienst getreden bij KLM in de functie van Team Member Operations. Per 1 november 2024 voerde KLM een nieuw vervoersregistratiesysteem in, waarmee werknemers zelf hun woon-werkreizen en dienstreizen konden invoeren via het intranet (MyKLM). De uitbetaling vond plaats in de maand na invoer. Bij een interne controle kwamen onregelmatigheden aan het licht in de declaraties van werknemer. Zo had hij onder meer reizen opgevoerd op MV-dagen, ziekteperioden en roostervrije dagen, dagelijks dubbele woon-werkreizen ingevoerd, een elektrische auto opgegeven, terwijl hij met een benzineauto reed, en ten onrechte aanspraak gemaakt op vergoedingen voor vroege of nachtdiensten. Vóór invoering van het nieuwe systeem ontving werknemer doorgaans circa € 275 per maand aan reiskostenvergoeding. Daarna liep dit op tot soms meer dan € 1.100 of zelfs bijna € 1.400 per maand. Op 3 oktober 2025 werd werknemer vrijgesteld van werk in afwachting van een onderzoek. Op 6 oktober 2025 vond een hoor- en wederhoorgesprek plaats met de Unitmanager Bagageservices en een HR-adviseur. Werknemer stelde dat de fouten hem min of meer waren overkomen en dat hij niet wist dat hij iets verkeerd deed. KLM achtte die verklaring volstrekt ongeloofwaardig: het systeem vereist actieve en bewuste handelingen en werknemer had de sterk verhoogde uitbetalingen op zijn loonstroken kunnen en moeten opmerken. Aan het einde van het gesprek werd werknemer op staande voet ontslagen. Dit ontslag werd bij brief van 8 oktober 2025 schriftelijk bevestigd. KLM verzoekt de kantonrechter in deze procedure onder meer om een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet van 6 oktober 2025 rechtsgeldig is en dat werknemer een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is.

Oordeel

De kantonrechter wees de verzoeken van KLM volledig toe. Daarbij sloot hij aan bij een eerdere beschikking van 24 februari 2026 (zaaknummer 12004929 \ AO VERZ 25-160), waarin in de parallelle procedure van werknemer tegen KLM al was geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven en dat werknemer geen recht heeft op de wettelijke transitievergoeding. De gevraagde verklaring voor recht werd dan ook toegewezen. Nu werknemer de hoogte van de gevorderde gefixeerde schadevergoeding niet had betwist, stelde de kantonrechter vast dat werknemer een bedrag van € 7.201,28 aan KLM verschuldigd is.