Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 17 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15954
Feiten
Voorzet Arbeid B.V. is een onderneming die zich bezighoudt met begeleiding van personen met autisme op de arbeidsmarkt. In de inschrijving bij de KvK staat als omschrijving van de activiteiten: ‘Arbeidsbemiddeling, Het verzorgen van re-integratie ten behoeve van (jong) gehandicapten; jobcoaching’. De moeder van Voorzet Arbeid is Voorzet B.V. Onder Voorzet valt naast Voorzet Arbeid ook de entiteit Voorzet Begeleiding. Werknemer X is van 1 augustus 2015 tot 31 december 2023 bij Voorzet Arbeid in dienst geweest. Werknemer Y is sinds 16 februari 2016 bij Voorzet Arbeid in dienst. Bij Voorzet Arbeid wordt geen cao toegepast en worden de arbeidsvoorwaarden bepaald door het in het Handboek Voorzet Autisme vastgelegde medewerkersreglement. Bij Voorzet Begeleiding wordt de cao Gehandicaptenzorg (hierna: ‘cao GHZ) toegepast. Het onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen Voorzet Arbeid en Voorzet Begeleiding heeft bij de werknemers van Voorzet Arbeid tot onvrede geleid. Voorzet Arbeid heeft daarom in 2022 besloten om de salarisschalen van de cao GHZ te gaan volgen. Bij brief van 14 september 2022 hebben werknemers X en Y Voorzet Arbeid verzocht om integrale toepassing van de cao GHZ. Dit verzoek is niet gehonoreerd. Partijen twisten over de vraag of Voorzet Arbeid onder de werkingssfeerbepaling van de cao GHZ valt.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor toepasselijkheid van de cao moet op grond van artikel 1:1 sub a cao GHZ sprake zijn van een (i) zorg- en of jeugdhulpaanbieder met (ii) als doelstelling het verlenen van zorg- en dienstverlening en/of ondersteuning (iii) aan mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap. De kantonrechter kan zich goed voorstellen dat het voor werknemers X en Y onrechtvaardig voelt dat de cao GHZ wel wordt toegepast op de werknemers van Voorzet Begeleiding, met wie zij veel samenwerken en zich nauw verbonden voelen. Uit dat enkele feit kan echter niet de conclusie worden getrokken dat de cao ook van toepassing is op Voorzet Arbeid. Om onder de werkingssfeer van de cao te vallen, moet Voorzet Arbeid allereerst kwalificeren als een zorg- en of jeugdhulpaanbieder met als doelstelling het verlenen van zorg- en dienstverlening en/of ondersteuning (ad i en ii). De kantonrechter oordeelt dat werknemers X en Y onvoldoende hebben gesteld om te concluderen dat dit het geval is. Voorzet Arbeid heeft toegelicht dat alle begeleiding en ondersteuning erop is gericht om de doelgroep klaar te stomen en te behouden voor de arbeidsmarkt. Dat dit vanwege de betreffende doelgroep vaak (veel) meer om het lijf heeft dan bij een regulier bemiddeling- of re-integratiebureau, is niet in geschil, maar dat maakt nog niet dat daardoor sprake is van het aanbieden van zorg en/of jeugdhulp. Ook de in de functie-omschrijving van een trajectbegeleider bij Voorzet Arbeid genoemde taken bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Dat Voorzet Arbeid niet als zorg- of jeugdhulpaanbieder in de zin van de cao GHZ kan worden beschouwd, vindt verder steun in het rapport van Zicht adviseurs. Ook de vaststelling van het PFZW dat Voorzet Arbeid niet onder het verplichtstellingsbesluit voor de bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn valt, ondersteunt de conclusie dat Voorzet Arbeid geen zorg- of jeugdhulpaanbieder in de zin van de cao GHZ is. De kantonrechter gaat ook niet mee in het standpunt van werknemers X en Y dat autisme moet worden gezien als een handicap in de zin van de cao (ad iii). De conclusie is dat werknemers X en Y in het licht van de gemotiveerde betwisting door Voorzet Arbeid onvoldoende hebben onderbouwd dat Voorzet Arbeid onder de werkingssfeerbepaling van de cao GHZ valt.
