Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Transdev Nederland N.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 3 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:975
Kort geding. Opschorting uitvoering transferlijst in verband met overgang van concessie openbaar vervoer. Niet gebleken van enige betrokkenheid bij werknemer.

Feiten

Werknemer is per 1 maart 2015 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) Transdev Nederland N.V. Transdev heeft werknemer in september 2025 laten weten dat hij in verband met een concessieovergang op de transferlijst is gezet en van rechtswege overgaat naar Arriva. Werknemer is het daar niet mee eens en vraagt in deze procedure om hem van de transferlijst af te halen of de uitvoering van de transferlijst ten aanzien van zijn functie te schorsen totdat er anders in een bodemprocedure is beslist. Daarnaast vraagt werknemer om hem toe te laten in zijn eigen functie bij Transdev op straffe van een dwangsom en om doorbetaling van zijn loon door Transdev.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat werknemer na de mededeling van Transdev dat hij zou worden overgeplaatst enige tijd gewacht heeft met het starten van een kort geding, doet op zichzelf niet af aan het spoedeisend belang van werknemer. Omdat werknemer vindt dat hij onterecht door Transdev op de transferlijst is geplaatst en hij het er dus niet mee eens is dat hij is overgegaan naar Arriva en zijn functie bij Transdev wil blijven vervullen, heeft hij een spoedeisend belang deze vorderingen in kort geding voor te leggen. Van werknemer kan daarom niet worden gevraagd de uitkomst van een eventuele bodemprocedure af te wachten. Bij de overgang van een concessie in het openbaar vervoer dient rekening te worden gehouden met het onderscheid tussen directe en indirect medewerkers. Werknemer kwalificeert als indirect medewerker, waardoor werknemer niet per definitie op de transferlijst wordt geplaatst. Als een indirecte arbeidsplaats niet herleidbaar is tot een individu, zoals een groep chauffeurs, dient voor het bepalen van de werknemer die overgaan naar de nieuwe concessiehouder te worden aangesloten bij de regels die gelden voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Dat werknemer enige betrokkenheid heeft gehad bij de concessie die is overgegaan naar Arriva, is niet duidelijk gemaakt. Werknemer stelt dat hij alleen werkzaam was voor de taxidienst van Transdev. Transdev stelt dat werknemer ook werd ingezet voor de concessie. Transdev heeft haar stelling dat werknemer enige betrokkenheid heeft gehad bij de concessie niet onderbouwd. Dat werknemer enige betrokkenheid had bij de concessie blijkt dus nergens uit. Alleen hieruit volgt al dat er in dit kort geding niet van uit kan worden gegaan dat werknemer een (niet-herleidbaar) indirect betrokken werknemer is bij de concessie. Transdev heeft het verminderen van omzet in relatie tot het aantal indirecte werknemers niet inzichtelijk gemaakt. Dat de regels bij bedrijfseconomisch ontslag juist zijn toegepast is niet duidelijk geworden. Er is geen personeelslijst verstrekt, noch een overzicht van eventueel uitwisselbare functies. Omdat werknemer onterecht op de transferlijst lijkt te zijn geplaatst, moet Transdev de uitvoering van de transferlijst ten opzichte van werknemer schorsen. Transdev heeft erop gewezen dat de vordering tot verwijdering van werknemer van de transferlijst een constitutief karakter heeft en daarom niet in kort geding kan worden toegewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat Transdev bedoeld heeft te stellen dat sprake is van een declaratoire vordering en dat is juist. Die vordering kan dus niet worden toegewezen. De vordering van werknemer om de uitvoering van de transferlijst ten aanzien van hem op te schorten totdat anders zal zijn beslist is wel toewijsbaar. De schorsing van de uitvoering van de transferlijst brengt namelijk geen definitieve vaststelling van de rechtsverhouding tussen partijen met zich mee. Dat de uitvoering al is gestart, betekent nog niet dat deze niet op goede gronden kan worden geschorst. Ook de vorderingen tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling zijn toewijsbaar vanaf de in de beslissing vermelde termijn, omdat door de opschorting van de uitvoering van de transferlijst voorlopig (vanaf de termijn zoals vermeld in de beslissing) ook moet worden uitgegaan van de situatie dat werknemer niet van rechtswege mee is overgegaan naar Arriva. Transdev heeft tijdens de mondelinge behandeling gevraagd om bij een eventuele wedertewerkstelling geen dwangsommen toe te wijzen, omdat de functie van werknemer zou zijn vervallen. Dat de functie van werknemer daadwerkelijk is vervallen en hoe dat proces is verlopen, heeft Transdev niet inzichtelijk gemaakt. Dat komt voor rekening en risico van Transdev. De gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen. Transdev wordt in de proceskosten veroordeeld.