Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 maart 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:616
Boekingskantoor voor artiesten heeft zwaarwegend belang bij handhaving concurrentiebeding senior agent. Werknemer had bijzondere en vertrouwelijke positie. Relatiebeding in eerste aanleg terecht beperkt in duur (van 24 naar 12 maanden). Handhaving relatiebeding gerechtvaardigd.

Feiten

Werknemer is op 1 september 2017 in dienst getreden bij werkgeefster als senior agent. Werkgeefster is een boekingskantoor voor artiesten. Met ingang van 1 april 2022 heeft werknemer promotie gemaakt en werd hij verantwoordelijk voor wereldwijde boekingen van een artiest. Bij deze promotie kreeg werknemer een hoger salaris, dat is vastgelegd in een addendum bij de arbeidsovereenkomst. In het addendum is tevens een concurrentiebeding (looptijd: 12 maanden) en een relatiebeding (looptijd: 24 maanden) opgenomen. Op 1 juli 2025 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 oktober 2025. Op 15 augustus 2025 heeft werkgeefster de opzegging bevestigd en medegedeeld werknemer te zullen houden aan het concurrentie- en relatiebeding. Werknemer wenst op dit moment bij een concurrent van werkgeefster (WME) in dienst te treden. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer tot schorsing van het concurrentiebeding afgewezen. Het relatiebeding is ten aanzien van WME geschorst met ingang van 1 oktober 2026; de looptijd is aldus beperkt tot 12 maanden. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Concurrentiebeding

Voorshands is gebleken dat WME dezelfde, althans gelijksoortige, bedrijfsactiviteiten ontplooit als werkgeefster, bestaande uit onder meer het boeken en vertegenwoordigen van artiesten. Daarnaast is gebleken dat er een inhoudelijke overlap bestaat in het artiestenbestand van partijen. Werkgeefster en WME kwalificeren dan ook als concurrenten in de zin van het concurrentiebeding. Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk dat werkgeefster een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding en dat van onbillijke benadeling van werknemer in verhouding tot het door werkgeefster te beschermen belang geen sprake is. Werknemer bekleedde binnen werkgeefster een bijzondere en vertrouwelijke positie. Werknemer werd door de directeur gaandeweg betrokken bij nagenoeg alle wezenlijke aangelegenheden binnen de onderneming, waaronder personeelsbeslissingen, strategievorming, de jaarbegroting, contractvorming met artiesten en overnamegesprekken. Er moet voorshands van worden uitgegaan dat de kennis van werknemer over de bedrijfsvoering, contracten, relaties en strategie van werkgeefster verder reikt dan de algemene kennis en ervaring die hij in de uitoefening van zijn functie heeft opgedaan. Het bedrijfsbelang van werkgeefster weegt zwaarder dan het belang van werknemer bij het (gedeeltelijk) schorsen van het concurrentiebeding.

Relatiebeding

Het hof overweegt dat WME voorshands als een relatie van werkgeefster moet worden aangemerkt, nu het beding mede ziet op vertegenwoordigers of adviseurs met wie of waarvoor werknemer in het kader van zijn werkzaamheden bij werkgeefster heeft samengewerkt. Gebleken is dat werknemer WME heeft ingeschakeld voor het bedienen van bepaalde artiesten in specifieke regio’s. Naar het oordeel van het hof is aannemelijk dat werkgeefster een voldoende zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het relatiebeding en dat van een onbillijke benadeling van werknemer in verhouding tot het door werkgeefster te beschermen belang geen sprake is. Werkgeefster heeft gemotiveerd gesteld dat de vrees bestaat dat een artiest, nu onder contract bij werkgeefster, mogelijk naar WME zal overstappen. Voorts geldt dat werknemer tijdens zijn dienstverband bij werkgeefster contact heeft onderhouden met twee zakelijke relaties van werkgeefster. De kennis en informatie die hij in dat kader heeft verkregen, kunnen worden aangewend om die zakelijke relaties ertoe te bewegen een overeenkomst bij WME aan te gaan. Handhaving van het relatiebeding overeenkomstig de beslissing van de kantonrechter is gerechtvaardigd.