Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Jumbo Supermarkten B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 18 november 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2365
Hof houdt Jumbomedewerkster aan vervaltermijn: e-mail van 24 april 2024 geldt als tijdige ontslagmededeling, waardoor haar twee dagen te laat ingediende verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag op staande voet niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2017 in dienst getreden bij Jumbo Supermarkten als medewerkster service. In april 2024 heeft Jumbo haar op staande voet ontslagen. Het centrale geschilpunt betreft de datum waarop het ontslagbericht haar werking heeft gekregen: 24, 25 of 26 april 2024. Dit is van doorslaggevend belang, omdat werkneemster haar verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag op staande voet op 26 juni 2024 heeft ingediend. Op grond van artikel 7:686a lid 4, aanhef en onder a, BW geldt een vervaltermijn van twee maanden, die alleen niet is overschreden als de laatste dag van het dienstverband niet vóór 26 april 2024 is gelegen. In eerste aanleg heeft werkneemster de kantonrechter verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen, met veroordeling van Jumbo tot doorbetaling van loon en wedertewerkstelling. Jumbo heeft primair betoogd dat werkneemster niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de vervaltermijn. Subsidiair heeft Jumbo geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken. Bij wijze van voorwaardelijk tegenverzoek heeft Jumbo ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter heeft werkneemster niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep heeft werkneemster met twee grieven de vernietiging van de beschikking nagestreefd en haar oorspronkelijke verzoeken herhaald. Jumbo heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden beschikking.

Oordeel

Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en oordeelt dat werkneemster terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4, aanhef en onder a, BW is verstreken. Ten aanzien van de e-mail van 24 april 2024 stelt het hof vast dat Jumbo een e-mail heeft verstuurd aan de advocaat van werkneemster, met werkneemster in de cc, waarbij gebruik is gemaakt van correct bevonden e-mailadressen. Kort vóór dit bericht waren via diezelfde adressen nog diverse e-mails uitgewisseld. Het hof oordeelt dat werkneemster de ontvangst van deze e-mail onvoldoende stellig heeft ontkend. De door haar aangedragen contra-indicaties – waaronder de vermelding "AANGETEKEND PER E-MAIL" op de bijlage, het ontbreken van een reactie en het doorsturen van de latere aangetekende e-mail aan haar advocaat – acht het hof weinig overtuigend. Het argument dat de e-mail niet als een tot werkneemster gerichte verklaring kan gelden, omdat deze aan haar advocaat was gericht, wordt eveneens verworpen: werkneemster stond zelf in de cc en haar advocaat had Jumbo gevraagd correspondentie aan hem te richten. Het hof concludeert dan ook dat de ontslagmededeling werkneemster op 24 april 2024 heeft bereikt in de zin van artikel 3:37 lid 3, eerste zin, BW. Ten aanzien van de aangetekende e-mail van 25 april 2024 staat vast dat werkneemster op 25 april 2024 een aankondiging van de aangetekende mail heeft ontvangen – met in de onderwerpregel een expliciete verwijzing naar het ontslag op staande voet – en deze aankondiging nog diezelfde dag heeft doorgestuurd aan haar advocaat. Werkneemster stelt dat zij de e-mail pas op 26 april 2024 daadwerkelijk heeft ontvangen, maar het hof acht dit verweer onvoldoende gemotiveerd. Zij heeft niet concreet en verifieerbaar toegelicht wanneer zij de e-mail heeft opgevraagd en of kennisneming op 25 april 2024 redelijkerwijs niet mogelijk was. Ook ter zitting kon zij hierover geen nadere duidelijkheid verschaffen. Het hof passeert het bewijsaanbod van werkneemster als te vaag dan wel niet ter zake dienend. Beide grieven falen.