Naar boven ↑

Rechtspraak

NXP Semiconductors Netherlands B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 5 februari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:1120
Het opzegverbod tijdens lidmaatschap van een ondernemingsraad staat aan ontbinding in de weg. De tijdsverdeling tussen het OR- en projectwerk kan niet los worden gezien van de kritiekpunten die werkgever op het functioneren van werknemer heeft.

Feiten

Werknemer is sinds 1 juni 2007 in dienst bij NXP Semiconductors Netherlands B.V. (hierna: ‘NXP’). Hij is vanaf 13 juni 2019 lid van de ondernemingsraad (hierna: ‘OR’). In 2021 heeft NXP een nota (hierna: ‘OFM-nota’) opgesteld over ‘ondersteuning voor en faciliteiten ten behoeve van de medezeggenschap bij NXP in Nederland’. Daarin is een indicatieve tijdsbesteding aan OR-werkzaamheden opgenomen. Bij e-mail van 29 maart 2024 is aan werknemer een verbeterplan uitgereikt dat aanvangt op 27 maart 2024 en een looptijd van zes maanden heeft. In het plan staat dat inwerknemer zich niet aan de in het OFM afgesproken tijdsverdeling heeft gehouden omdat de activiteiten die hij verricht voor de OR beduidend meer tijd nodig hebben. Bij e-mail van 18 november 2024 heeft NXP aan werknemer gemeld dat zij onvoldoende verbetering heeft gezien en dat daarom het verbeterplan verlengd wordt met zes maanden vanaf 14 november 2024. Bij e-mail van 21 mei 2025 heeft NXP de eindconclusie van het verbeterplan aan werknemer gestuurd, die luidt dat hij er onvoldoende in is geslaagd zijn functioneren te verbeteren en dat er gezocht moet worden naar andere oplossingen, waaronder ook beëindiging van het dienstverband. NXP verzoekt in deze procedure de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is vanaf 13 juni 2019 lid van de OR. Dat betekent dat het opzegverbod tijdens lidmaatschap van een ondernemingsraad (artikel 7:670 lid 4 sub 1° BW) van toepassing is. De kantonrechter kan niettemin de arbeidsovereenkomst ontbinden als het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft (artikel 7:671b lid 6 onder a BW) of als er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen (artikel 7:671 lid 6 onder b BW). Partijen twisten over de vraag of de omstandigheden die aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd verband houden met het lidmaatschap van de OR. De kantonrechter gaat niet mee in de stelling van NXP dat het OR-werk van werknemer los gezien moet worden van het projectwerk en dat ook als het OR-lidmaatschap wordt weggedacht er sprake zou zijn van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. Uit wat partijen over en weer naar voren hebben gebracht, blijkt dat de tijdsverdeling tussen het OR- en projectwerk onderdeel is van de steeds terugkerende discussies. Onderdeel van de discussies is voorts dat werknemer, zoals hij aangeeft, een deel van de tijdsbesteding niet in eigen hand heeft, omdat de OR afhankelijk is van het aantal instemmings- en adviesaanvragen dat NXP doet, welke aanvragen bovendien binnen een bepaalde termijn afgehandeld moeten worden. Het pijnpunt van de tijdsbesteding kan niet los gezien worden van de kritiekpunten die NXP op het functioneren van werknemer heeft. Een en ander leidt ertoe dat het opzegverbod aan ontbinding in de weg staat.