Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 25 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:854
Omdat het gerechtshof het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep heeft vernietigd, moet werkgeefster hetgeen werkneemster uit hoofde van het vonnis aan haar heeft betaald terugbetalen.

Feiten

Tussen werkneemster en werkgeefster heeft een arbeidsovereenkomst bestaan tot 25 juni 2021. Over de afwikkeling van het dienstverband is een procedure gevoerd bij de kantonrechter van deze rechtbank. In dat vonnis van 4 januari 2023 is werkneemster veroordeeld tot diverse betalingen aan werkgeefster. Werkneemster heeft aan de veroordelingen uit dit vonnis voldaan. Werkneemster is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan, waarna het gerechtshof in zijn arrest van 13 februari 2024 het vonnis van de kantonrechter heeft vernietigd. Werkneemster vordert betaling van werkgeefster voor de door haar onverschuldigd gedane betalingen (€ 4.314,11) uit het vonnis van de kantonrechter, omdat dit vonnis vernietigd is. Werkgeefster betwist dat zij iets aan werkneemster terug moet betalen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling stelt de kantonrechter voorop dat werkgeefster erkent dat werkneemster aan het vonnis heeft voldaan door aan haar een bedrag te hebben betaald van € 4.314,11. Uit het arrest van het gerechtshof (dat in gezag van gewijsde is gegaan) volgt dat het vonnis van de kantonrechter van 4 januari 2023 wordt vernietigd. Als een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt vernietigd, dan komt de rechtsgrond te ontvallen aan hetgeen ter uitvoering van dat vonnis is verricht. Indien is voldaan aan een veroordeling om iets te doen, bestaat in dat geval een vordering uit onverschuldigde betaling. Een vernietiging van een vonnis in hoger beroep heeft terugwerkende kracht. Dat brengt mee dat alles wat ter uitvoering van het vonnis is betaald, moet worden teruggedraaid. Werkgeefster is dus verplicht om de onverschuldigd betaalde bedragen, ter hoogte van € 4.314,11 (de hoofdsom, wettelijke rente en de proceskosten) terug te betalen aan werkneemster. Ook moet werkgeefster de wettelijke rente daarover betalen.