Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 februari 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:1154
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 februari 2021 bij werkgever in dienst getreden in de functie van allround schoonmaakmedewerkster. Werkneemster is sedert 19 januari 2024 wegens ziekte arbeidsongeschikt, welke arbeidsongeschiktheid tot heden voortduurt. Bij e-mailbericht van 9 oktober 2025 deelt werkgever aan werkneemster mee dat hij haar op de hoogte wil stellen van de bedrijfsbeëindiging van werkgever. Werkneemster reageert diezelfde dag per e-mail. Werkgever betaalt vervolgens, ondanks herhaalde sommatie, sedert oktober 2025 geen loon meer aan werkneemster. Werkneemster heeft op 2 december 2025 bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd. Bij beslissing van 8 januari 2026 heeft het UWV aan werkgever een loonsanctie opgelegd wegens het niet nakomen van alle re-integratieverplichtingen en de periode waarin werkneemster tijdens ziekte recht heeft op loon verlengd tot en met 16 februari 2027. Werkneemster vordert veroordeling van werkgever tot betaling van loon, eindejaarsuitkering, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Oordeel
De mededeling van de bedrijfsbeëindiging bij e-mail van 9 oktober 2025 leidt niet automatisch tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de dan nog in dienst zijnde werknemer(s). Niet gebleken is dat werkgever een ontslagvergunning bij het UWV heeft aangevraagd en heeft verkregen (werkgever stelt daarmee bezig te zijn, maar ter zake dienende bescheiden zijn niet in het geding gebracht) dan wel dat hij de arbeidsovereenkomst met werkneemster met wederzijds goedvinden heeft beëindigd. Het vorenstaande brengt mee dat werkneemster nog in dienst is en dat werkgever haar loon dient door te betalen. Met de door werkgever geschetste financiële omstandigheden (betalingsonmacht) die hem verhinderen zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst na te komen, kan geen rekening worden gehouden. Het betreffen omstandigheden die voor rekening en risico van werkgever komen en doen aan zijn betalingsverplichting jegens werkneemster niet af. De gevorderde loondoorbetaling zal dan ook worden toegewezen. Nu betaling van diverse loonbedragen niet tijdig heeft plaatsgevonden, maakt werkneemster op goede gronden aanspraak op vergoeding van de wettelijke verhoging. De gevorderde wettelijke verhoging zal tot het maximum worden toegewezen omdat er geen gronden zijn aangevoerd die tot matiging nopen.
