Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 18 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:3221
Feiten
X is in de periode van 14 augustus 2017 tot 1 juli 2021 in dienst geweest bij (de rechtsvoorgangers van) Akkodis Netherlands International B.V. (hierna: Akkodis). Sinds de aanvang van zijn dienstverband is X ter beschikking gesteld bij het European Research and Technology Centre (ESTEC), de standplaats van de European Space Agency (ESA) in Noordwijk. Akkodis en ESA werken al meer dan 45 jaar samen. Akkodis stelt onder meer X ter beschikking aan ESA. ESA is een internationale, intergouvernementele organisatie met rechtspersoonlijkheid. ESA is opgericht bij het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap van 30 mei 1975 (ESA-Verdrag). X stelt dat hij op grond van de artikelen 8 en 8a Waadi over de periode dat de arbeidsrelatie tussen partijen heeft geduurd recht heeft op dezelfde voorwaarden als die golden voor werknemers die in een gelijke of gelijkwaardige functie bij ESA werkzaam waren. Het verstrekkendste verweer van Akkodis is dat de artikelen 8 en 8a Waadi niet van toepassing zijn. Akkodis stelt in dat verband primair dat (i) ESA geen onderneming is in de zin van artikel 1 lid 1 sub e Waadi en (ii) een internationale ESA-ambtenaar geen werknemer is in de zin van de artikelen 8 en 8a Waadi.
Oordeel
Vaststaat dat X in de periode van 14 augustus 2017 tot 1 juli 2021 in dienst is geweest bij (de rechtsvoorgangers van) Akkodis. Voor de toepassing van de artikelen 8 en 8a Waadi moet sprake zijn van een ‘werknemer’ in dienst van de ‘onderneming’. Op grond van artikel 1 sub e Waadi wordt onder ‘onderneming’ verstaan de onderneming zoals bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Beoordeeld dient daarom te worden of ESA voldoet aan de hierboven geformuleerde definitie van ‘onderneming’. ESA en ESTEC zijn op grond van artikel 1 lid 9 van de Regeling aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland 2015 aangewezen als volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 en artikel 7 lid 1 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990. Een volkenrechtelijke organisatie is een publiekrechtelijke organisatie die bij of krachtens volkenrechtelijk verdrag is ingesteld, in dit geval het ESA-Verdrag. Op grond van artikel XII lid 3 sub b van het ESA-Verdrag worden ESA-personeelsleden (“staff members” in de zin van artikel XVI van Bijlage I van het ESA-Verdrag) benoemd door de directeur-generaal. Tussen partijen is niet in geschil dat ESA-personeelsleden niet krachtens arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW arbeid verrichten, zodat ter beoordeling voorligt of zij krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid verrichten. Op 13 april 1995 is de WOR mede van toepassing verklaard op de overheid (Stb. 1995, 231). Om het begrip ‘onderneming’ ook op de overheid van toepassing te laten zijn, werd de zinsnede “of krachtens publiekrechtelijke aanstelling” toegevoegd aan artikel 1 lid 1 sub c WOR. Volgens de memorie van toelichting brengt dit mee dat een organisatorisch samenwerkingsverband, zoals een ministerie, een gemeente, een provincie en een waterschap als een ‘onderneming’ in de zin van de WOR kunnen worden aangemerkt waarvoor een ondernemingsraad kan worden ingesteld. Dit geldt ook voor andere samenwerkingsverbanden bij de overheid die zich naar buiten als een zelfstandige eenheid presenteren, zoals bijvoorbeeld het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, de Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringen, een gemeentelijke sociale dienst en een dienst gemeentewerken (Kamerstukken II 1993/94, 23551, nr. 3, p. 3). Uit het voorgaande volgt dat de publiekrechtelijke aanstelling in de zin van artikel 1 lid 1 sub c WOR betrekking heeft op ambtenaren die voor de Nederlandse overheid arbeid verrichten. Dat het hierbij om de Nederlandse overheid gaat, vindt ook bevestiging in de Ambtenarenwet 1929, zoals die ten tijde van de wijziging van artikel 1 lid 1 sub c WOR van toepassing was. ESA betreft geen Nederlands overheidsorgaan. Het betoog van X dat ESA-personeel op grond van een publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht bij ESA kan daarom niet tot de conclusie leiden dat dit een publiekrechtelijke aanstelling in de zin van de WOR betreft. In de wetsgeschiedenis zijn hiervoor geen aanknopingspunten te vinden. Voor een ruimer begrip biedt de WOR dan ook geen ruimte. ESA is geen onderneming in de zin van artikel 1 lid 1 sub c WOR, zodat de artikelen 8 en 8a Waadi niet van toepassing zijn. Dat brengt mee dat X geen belang meer heeft bij de door hem gevorderde verklaringen voor recht en dat al zijn vorderingen worden afgewezen.
