Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 4 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:889
Feiten
Werknemer is met ingang van 30 januari 2017 in dienst getreden bij Workrate. Hij is werkzaam in de functie van algemeen beveiligingsmedewerker voor 17 uur per week. Met een brief van 18 juli 2025 heeft de korpschef van de politie-eenheid Den Haag aan partijen meegedeeld dat het voornemen bestaat om, op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, de toestemming voor werknemer om werkzaamheden te verrichten voor Workrate in te trekken. Werknemer heeft zich per 12 augustus 2025 ziekgemeld. In een brief van 9 september 2025 heeft de korpschef aan partijen meegedeeld dat de aan werknemer verleende toestemming om voor Workrate te werken is ingetrokken. Als reden voor de intrekking is verwezen naar “binnengekomen ambtsberichten”. Workrate heeft werknemer bij brief van 7 oktober 2025 laten weten dat de loonbetaling met ingang van 9 september 2025 is stopgezet. In een advies van de bedrijfsarts van 17 november 2025 staat dat werknemer arbeidsongeschikt is en naar verwachting vanaf 1 april 2026 weer volledig arbeidsgeschikt zal zijn. Werknemer vordert dat de kantonrechter Workrate veroordeelt tot betaling van zijn loon vanaf 9 september 2025. Hij stelt dat Workrate verplicht is tot loondoorbetaling tijdens ziekte en dat de stopzetting van het loon niet rechtsgeldig is. Daarbij voert werknemer aan dat hij al ziek was voordat de korpschef de toestemming had ingetrokken en dat de intrekking nog niet definitief is, omdat hij daartegen bezwaar heeft gemaakt. Workrate voert verweer en stelt dat de intrekking van de toestemming voor rekening en risico van werknemer komt. Volgens Workrate is de intrekking van de toestemming de primaire oorzaak van het feit dat werknemer niet kan werken en niet zijn ziekte. Daarom is volgens Workrate de loonstop rechtmatig.
Oordeel
De kanonrechter oordeelt als volgt. Sinds 12 augustus 2025 is werknemer arbeidsongeschikt wegens ziekte. In beginsel heeft een werknemer tijdens ziekte recht op loondoorbetaling. Op 9 september 2025 heeft de korpschef echter de toestemming voor werknemer om werkzaamheden te verrichten voor Workrate ingetrokken op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Zonder deze toestemming mag Workrate werknemer niet laten werken, ook niet in een andere functie binnen het bedrijf. De kantonrechter overweegt dat hier twee wettelijke regels samenlopen: het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte en de regel dat geen loon verschuldigd is wanneer de oorzaak van het niet kunnen werken voor rekening van de werknemer komt. Voor de beoordeling is bepalend wat de primaire oorzaak van de verhindering om te werken is. De kantonrechter oordeelt dat in dit geval de primaire oorzaak is gelegen in de intrekking van de toestemming door de korpschef en niet in de ziekte van werknemer. Daarbij is van belang dat het voornemen tot intrekking al op 18 juli 2025 aan partijen was meegedeeld, dus vóór de ziekmelding van werknemer op 12 augustus 2025. Daarnaast heeft werknemer niet aannemelijk gemaakt dat de intrekking verband houdt met zijn ziekte. Uit de brief van de korpschef blijkt slechts dat de toestemming is ingetrokken vanwege “binnengekomen ambtsberichten”. Verder weegt mee dat Workrate werknemer zonder toestemming van de korpschef in het geheel niet mag laten werken. Dit geldt ook voor andere werkzaamheden binnen het bedrijf en voor re-integratie bij een andere werkgever (tweede spoor). Ook indien werknemer niet ziek zou zijn, zou hij daarom niet kunnen werken en geen recht op loon hebben. Het feit dat werknemer bezwaar heeft gemaakt tegen de intrekking van de toestemming doet hier niet aan af, omdat dit bezwaar de werking van het besluit niet schorst. In deze procedure moet daarom worden uitgegaan van de geldigheid van de intrekking. Ook is niet gebleken dat de korpschef een duidelijke fout heeft gemaakt bij het nemen van dit besluit. De kantonrechter concludeert dat de verhindering om te werken voor rekening van werknemer komt. Werknemer heeft daarom geen recht op loondoorbetaling vanaf 9 september 2025. De vordering tot betaling van loon en de daarmee samenhangende vordering tot winstuitkering worden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
