Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Reclassering Nederland
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 18 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:688
Ontbinding op verzoek van de werkneemster. Aan werkneemster komt geen transitievergoeding en/of billijke vergoeding toe omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever.

Feiten

Werkneemster is sinds 13 december 2010 in dienst bij Reclassering Nederland. Werkneemster heeft zich op 19 oktober 2021 ziekgemeld wegens kortdurende klachten. Op 15 november 2021 heeft zij zich voor langere duur ziekgemeld. Van 22 juli 2022 tot 11 november 2022 had werkneemster zwangerschaps- en bevallingsverlof. Vanaf 11 november 2022 is werkneemster weer arbeidsongeschikt. In oktober 2023 is een arbeidsdeskundig onderzoek verricht en is een opbouwschema voor re-integratie opgesteld. Die opbouw is niet gelukt. Op 17 januari 2024 heeft het UWV geconcludeerd dat Reclassering Nederland niet voldoende inspanningen heeft verricht om werkneemster aan het werk te helpen. In januari 2024 is mediation in gang gezet. Reclassering Nederland heeft werkneemster ook tweemaal een beëindigingsvoorstel gedaan. Dit alles heeft niet tot een oplossing geleid. Op 12 april 2024 heeft de bedrijfsarts geadviseerd om een herstart te maken met de mediation. Die herstart heeft niet plaatsgevonden. Reclassering Nederland was van mening dat haar loondoorbetalingsverplichting was geëindigd op 17 februari 2024. Reclassering Nederland heeft daarom het loon van werkneemster per 1 juni 2025 stopgezet. Op 6 september 2024 heeft de verzekeringsarts van het UWV geconcludeerd dat de datum einde wachttijd 8 november 2024 is. Reclassing Nederland heeft vervolgens alsnog het loon over de maanden juni, juli en augustus 2024 aan werkneemster betaald. Bij beslissing van 18 september 2024 heeft het UWV aan werkneemster een WIA-uitkering toegekend met ingang van 8 november 2024. Bij beslissing op bezwaar van 12 mei 2025 heeft het UWV alsnog geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van Reclassering Nederland onvoldoende zijn geweest. In deze procedure verzoekt werkneemster om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst inmiddels inhoudsloos is geworden. Vast staat verder dat de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord. Het verzoek van werkneemster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt daarom toegewezen. Vervolgens moet worden beoordeeld of er aanleiding is voor toekenning van de verzochte transitievergoeding en billijke vergoeding. Nu het ontbindingsverzoek is ingediend door werkneemster, is de transitievergoeding alleen verschuldigd als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Reclassering Nederland had in de zomer van 2023 eerder een vervolgconsult bij de bedrijfsarts moeten verzorgen en had in correspondentie en gesprekken haar woorden zorgvuldiger kunnen kiezen. De kantonrechter is bovendien met de deskundige van het UWV van oordeel dat de inhoud van de door Reclassering Nederland voorgestelde beëindigingsregeling geen recht doet aan de situatie en de duur van het dienstverband. Dat dit tot spanningen tussen partijen heeft geleid is zeer voorstelbaar en valt Reclassering Nederland te verwijten. Nog voordat werkneemster van de beëindiging van de mediation in maart op de hoogte is gesteld heeft Reclassering Nederland haar opgeroepen voor een gesprek over haar re-integratie. Werkneemster heeft Reclassering Nederland op 4 april 2024 laten weten dat zij niet geïnformeerd is over de beëindiging van de mediation en heeft verzocht om een consult bij de bedrijfsarts. Desondanks heeft Reclassering Nederland haar diezelfde dag een waarschuwingsbrief gestuurd met aankondiging van loonopschorting als zij niet meewerkt aan re-integratie. Reclassering Nederland heeft hiermee te voortvarend en onnodig escalerend gehandeld. Reclassering Nederland had op een aantal punten anders of beter moeten handelen. Maar die punten rechtvaardigen niet de conclusie dat Reclassering Nederland grovelijk de verplichtingen niet is nagekomen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. De verzoeken om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding worden daarom afgewezen.