Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 februari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:504
Persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen toekenning transitievergoeding ondanks ernstig verwijtbaar handelen werkneemster.

Feiten

Bij beschikking van 4 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2923) (hierna: de tussenbeschikking) heeft het hof geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op de e-grond in plaats van de g-grond ontbonden had moeten worden en dat de handelwijze van werkneemster ernstig verwijtbaar is. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uitsluitend uit te laten over de vraag of, en zo ja hoe, toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in artikel 7:673 lid 8 BW.

Oordeel

Hoewel werkneemster weinig berouw en besef van haar handelen heeft getoond, ziet het hof in deze omstandigheden aanleiding toepassing te geven aan artikel 7:673 lid 8 BW. Daarbij neemt het hof in aanmerking de lange duur van het dienstverband (bijna achttien jaar), de verder goede staat van dienst, de leeftijd van 62 jaar en het geringe opleidingsniveau. Vooral de leeftijd en het geringe opleidingsniveau maken dat aannemelijk is dat de kansen van werkneemster op de arbeidsmarkt ongunstig zijn, waardoor de verwachting reëel is dat werkneemster voor langere tijd werkloos zal zijn. Ten slotte neemt het hof in aanmerking dat werkneemster niet in aanmerking komt voor de bovenwettelijke WW-uitkering uit hoofde van de cao (art. 18.8 lid 2 onder b) doordat de ontbinding - in hoger beroep - is gegrond op verwijtbaar handelen (e-grond) in plaats van op een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Gelet op het voorgaande verenigt het hof zich met het oordeel van de kantonrechter om aan werkneemster de volledige transitievergoeding toe te kennen.