Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:660
Werknemer terecht op staande voet ontslagen vanwege rijden onder invloed en het veroorzaken van een aanrijding. Werkgever mocht schadevergoeding van € 680 verrekenen met eindafrekening.

Feiten

Werknemer is per 4 augustus 2025 in dienst getreden bij werkgeefster. Op 6 oktober 2025 is werknemer op staande voet ontslagen vanwege het op 3 en 4 oktober 2025 rijden onder invloed en het veroorzaken van een aanrijding in die toestand tussen twee voertuigen van werkgeefster. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoekschrift van werknemer concentreert zich op de juistheid van de toedracht. Werknemer stelt dat geen van de door werkgeefster gestelde feiten heeft plaatsgevonden, dat niemand hem daadwerkelijk heeft zien drinken en dat dit ook niet door een blaas- of bloedtest of enig ander bewijsmiddel is vastgesteld. Werkgeefster heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter in haar verweerschrift weerlegd. Werkgeefster heeft de Whatsapp-conversatie overgelegd waarin werknemer zelf toegeeft dat hij de schade heeft veroorzaakt, zijn excuses aanbiedt, aanbiedt de schade te vergoeden en vraagt om een tweede kans. Daarnaast heeft werkgeefster verschillende verklaringen overgelegd van collega’s, die uit eigen waarneming hebben verklaard dat werknemer gedurende de hele nacht van 3 op 4 oktober 2025 alcohol heeft gedronken en daarna zonder toestemming van werkgeefster in haar bedrijfsauto heeft gereden en een aanrijding heeft veroorzaakt met een ander voertuig van werkgeefster. Daarnaast is verklaard dat hij verschillende collega’s in beschonken toestand heeft gebeld buiten werktijd. Naast het feit dat werknemer dit daarna niet meer heeft weersproken, terwijl hij daarvoor nog wel de gelegenheid had, is de kantonrechter van oordeel dat de overgelegde verklaringen authentiek en geloofwaardig zijn en bovendien worden ondersteund door de eigen woorden van werknemer in de Whatsapp-conversatie. De kantonrechter is van oordeel dat daarom de dringende reden wel vast staat. Aan de overige voorwaarden voor ontslag op staande voet is eveneens voldaan. Afwijzing van het verzoek van werknemer volgt. Tot slot overweegt de kantonrechter dat werkgeefster een bedrag van € 680 – bij wijze van schadevergoeding – mocht verrekenen met de eindafrekening.