Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 28 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:531
Feiten
Werknemer was sinds 1 oktober 2012 voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgever op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week in de functie van autoverkoper. Werknemer was de enige werknemer bij werkgever. X was zijn leidinggevende en trad feitelijk als werkgever op. Op enig moment heeft X aan werknemer medegedeeld dat hij zijn werkzaamheden voortaan zou verrichten bij een ander filiaal, gelegen in Beverwijk. Dit filiaal was van Create. Over deze wijziging is niets schriftelijk vastgelegd. Werknemer heeft zijn werkzaamheden vervolgens daadwerkelijk in Beverwijk voortgezet. Op 25 oktober 2024 is tussen Create en werknemer een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin is bepaald dat het dienstverband per 1 februari 2025 zou eindigen. In deze overeenkomst is onder meer een beëindigingsvergoeding van € 13.214 bruto overeengekomen. Werknemer heeft geen betaling uit hoofde van deze vaststellingsovereenkomst ontvangen. Evenmin heeft hij salaris ontvangen over de maanden december 2024 en januari 2025. Werknemer heeft zowel Create als zijn oorspronkelijke werkgever gedagvaard, stellende dat er sprake is van overgang van onderneming en dat beide partijen aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst, alsmede voor de loonbetaling gedurende één jaar na de overname. Werknemer vordert dat Create en zijn oorspronkelijke werkgever bij vonnis hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de beëindigingsvergoeding van € 13.214 bruto, het achterstallig loon over december 2024 en januari 2025, een eindafrekening (waaronder vakantiedagen, vakantiegeld en overige emolumenten), de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de proceskosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. X heeft namens de oorspronkelijke werkgever schriftelijk verweer gevoerd en gesteld dat de arbeidsovereenkomst met werknemer in juli 2024 met wederzijds goedvinden is beëindigd en dat geen relatie bestaat met Create. Voorts betwist de oorspronkelijke werkgever dat er sprake is van overgang van onderneming, nu geen activiteiten, personeel of onderneming zouden zijn overgenomen. Volgens hem betreft het twee afzonderlijke ondernemingen, op verschillende locaties en onder verschillende leiding. De oorspronkelijke werkgever was geen partij bij de vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft ter mondelinge behandeling toegelicht dat zijn arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke werkgever nimmer met wederzijds goedvinden is beëindigd. Volgens hem is wel degelijk sprake van overgang van onderneming, nu hij als enige werknemer feitelijk is overgenomen door Create, hij dezelfde werkzaamheden is blijven verrichten en hij inhoudelijk contact is blijven houden met dezelfde leidinggevende, X. De oorspronkelijke werkgever is niet ter zitting verschenen. De ter zitting door werknemer aangevoerde stellingen zijn derhalve niet weersproken. Nu de oorspronkelijke werkgever zijn verweer onvoldoende concreet heeft onderbouwd en de nadere toelichting van werknemer onweersproken is gebleven, wordt als vaststaand aangenomen dat de arbeidsovereenkomst niet met wederzijds goedvinden is geëindigd en dat werknemer op enig moment bij Create in dienst is getreden, waarbij onduidelijk is gebleven op welk moment dat is geschied. Deze onduidelijkheid omtrent het werkgeverschap dient voor risico van de oorspronkelijke werkgever te komen. Nu werknemer de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door middel van de vaststellingsovereenkomst met Create heeft geaccepteerd, kan hij de oorspronkelijke werkgever hoofdelijk aansprakelijk houden voor de verplichtingen uit zowel de arbeidsovereenkomst als de vaststellingsovereenkomst, waarvan hij nakoming vordert. De wettelijke verhoging wordt toegewezen, nu Create zonder deugdelijke grond het salaris over de maanden december 2024 en januari 2025 niet heeft betaald. De wettelijke rente wordt toegewezen met ingang van de datum van de eerste dagvaarding, nu geen concrete vervaldata zijn gesteld. Create en de oorspronkelijke werkgever worden als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, inclusief de nakosten.
