Naar boven ↑

Rechtspraak

Inlener heeft niet voldaan aan zijn zorgplicht door geen duidelijke en specifieke instructies te verstrekken aan werknemer wat te doen om valgevaar te voorkomen.

Feiten

Zzp’er is via uitzendbureau ANHD B.V. als zzp’er door inlener ingehuurd voor sloop- en saneringswerkzaamheden. Inlener heeft bepaald dat de saneringswerkzaamheden in contaiment dienden plaats te vinden omdat op bepaalde plekken in het gebouw asbest aanwezig was. De werkzaamheden van zzp’er bestonden uit het verwijderen van het luchtkanaal in het gebouw. De werkzaamheden vonden plaats onder toezicht van X, deskundig toezichthouder asbest (ook wel DTA’er) en voorman van inlener. Op 15 september 2024 heeft zzp’er tijdens de werkzaamheden letsel opgelopen omdat het luchtkanaal naar beneden is gevallen. Hij is naar het ziekenhuis gebracht, waar is vastgesteld dat hij zijn hielbeen had gebroken. Op 1 oktober 2024 heeft zzp’er inlener aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. Inlener heeft een werkgeversrapportage (hierna: ongevalsrapportage) laten opstellen naar aanleiding van het ongeval van zzp’er. Tussenpersoon heeft expertisebureau A verzocht een onderzoek in te stellen naar de toedracht van het ongeval van zzp’er. Zzp’er verzoekt een verklaring voor recht dat inlener aansprakelijk is. Daarnaast verzoekt hij een verklaring voor recht dat tussenpersoon verplicht is de schade te vergoeden.

Oordeel

Aansprakelijkheid tussenpersoon
Tijdens de mondelinge behandeling heeft zzp’er erkend dat tussenpersoon geen verzekeraar is maar een vertegenwoordiger van de Duitse verzekeringsmaatschappij Hubener AG. Artikel 7:954 BW geldt alleen jegens een verzekeraar. Omdat tussenpersoon geen verzekeraar is, zal de kantonrechter de verzoeken van zzp’er voor zover deze gericht zijn op tussenpersoon afwijzen.

Aansprakelijkheid Inlener

Inlener stelt niet dat de schade van zzp’er het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van zzp’er. De kantonrechter zal dan ook alleen beoordelen of inlener heeft aangetoond dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De kantonrechter stelt vast dat hoewel de toedracht van het ongeval niet vaststaat, partijen er beiden van uitgaan dat de schade het gevolg is van het loslaten of vallen van het luchtkanaal tijdens de werkzaamheden. Tussen partijen staat daarnaast vast dat de werkzaamheden van zzp’er ten tijde van het ongeval bestonden uit het verwijderen van het luchtkanaal. Tussen partijen is niet in geschil dat het luchtkanaal aan het plafond hing. Partijen verschillen van mening over de hoogte van het plafond. De kantonrechter gaat uit van de hoogte die is genoemd in het rapport van de arbeidsinspectie. Uit eerdere rechtspraak volgt dat bij werkzaamheden op hoogte van een werkgever ten minste verwacht mag worden dat hij ter zake van die werkzaamheden duidelijke en specifieke instructies verstrekt aan werknemers wat te doen om valgevaar te voorkomen. Dit geldt ook voor inlener omdat bij het verwijderen van het luchtkanaal, dat aan het plafond was bevestigd, immers sprake is van valgevaar. Deze verplichting volgt ook uit het Arbobesluit. Inlener heeft niet kunnen aantonen dat hij aan zijn werknemers of degenen die de werkzaamheden verrichtten instructies over het voorkomen van valgevaar heeft gegeven en aan zijn verplichting uit het Arbobesluit heeft voldaan. Sterker nog, uit de ongevalsrapportage blijkt dat in het project Risico Inventarisatie & Evaluatie (hierna: RI&E) niet is geïnventariseerd. Er waren geen duidelijke instructies om veilig een luchtkanaal te verwijderen, waarvoor ook geen TRA (taak risico analyse) was opgesteld. Inlener heeft dan ook niet aangetoond dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan om het (specifieke) gevaar voor vallende voorwerpen en daarmee het ontstane ongeval zo veel als mogelijk te voorkomen. Bij de beantwoording van de vraag of inlener ook aansprakelijk is voor de schade die door blootstelling aan asbest wordt of kan worden veroorzaakt, is artikel 7:658 BW ook van toepassing. De kantonrechter stelt vast dat zzp’er niet heeft gesteld dat hij schade heeft geleden als gevolg van de (mogelijke) blootstelling aan asbest. Daar komt bij dat in eerdere rechtspraak is bepaald dat een werknemer niet alleen moet stellen dat hij aan een gevaarlijke stof is blootgesteld, maar ook moet stellen en aannemelijk maken dat hij lijdt aan een ziekte of aan gezondheidsklachten die door die blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Zzp’er heeft enkel gesteld dat hij is blootgesteld aan asbest, maar dit verder niet onderbouwd. Het is ook overigens vooralsnog niet gebleken dat zzp’er lijdt aan een ziekte of gezondheidsklachten die door die blootstelling kunnen worden veroorzaakt. De kantonrechter zal dit onderdeel van het verzoek van zzp’er , als onvoldoende onderbouwd, dan ook afwijzen.