Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Kwaliteitsregister Jeugd/werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 15 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:422
Werkneemster is van Bonaire verhuisd naar Costa Rica. Ontbindingsverzoek van werkgeefster op de h-grond wordt afgewezen, omdat onduidelijk is of eventuele nadelige gevolgen van de verhuizing niet opgelost kunnen worden.

Feiten

Werkneemster is sinds 6 juni 2015 in dienst bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (hierna: SKJ). Vanwege de verhuizing van werkneemster naar Bonaire is per 1 januari 2019 haar functie gewijzigd. In 2024 heeft werkneemster meermaals contact gehad met haar leidinggevenden over het werken tijdens haar vakantie in Costa Rica en over haar plannen om naar Costa Rica te verhuizen. SKJ heeft op enig moment van werkneemster een verhuisbericht ontvangen dat zij per 1 april 2025 is verhuisd naar Costa Rica. Vanaf 1 juni 2025 heeft werkneemster een nieuwe leidinggevende. SKJ heeft werkneemster bij brief van 25 augustus 2025 vervolgens verzocht te laten weten of zij bereid is terug te keren naar Nederland, in het bijzonder naar de overeengekomen standplaats. SKJ heeft daarbij aangekondigd dat indien werkneemster dat niet wenst, zij een beëindigingsvoorstel zal doen. Daarna hebben de gemachtigden van partijen schriftelijk overleg gevoerd, wat niet tot een oplossing heeft geleid. In onderhavige procedure verzoekt SKJ de arbeidsovereenkomst met werkneemster op de h-grond te ontbinden. Zij voert daarbij aan dat werkneemster zonder overleg en toestemming te vragen naar Costa Rica is verhuisd en deze verhuizing fiscale, juridische en praktische gevolgen heeft voor SKJ.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Allereerst stelt de kantonrechter vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en het Nederlandse recht van toepassing is. SKJ heeft het verzoekschrift bij de Nederlandse rechter ingediend en werkneemster heeft de exceptie van onbevoegdheid niet opgeworpen, zodat sprake is van een stilzwijgende forumkeuze. Ook hebben partijen zich niet uitgelaten over het toepasselijk recht terwijl zij wel hun stellingen op het Nederlandse recht hebben gebaseerd. Vervolgens gaat de kantonrechter in op de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. SKJ heeft daarvoor aansluiting gezocht bij de h-grond (de zogenoemde “vangnetbepaling”). De kantonrechter is echter van oordeel dat dit beroep niet opgaat. Hiertoe is redengevend dat werkneemster de verhuizing naar Costa Rica heeft besproken met haar leidinggevende. Uit de berichten met de leidinggevende en een andere medewerker blijkt dat zij al in 2024 op de hoogte waren van de plannen van werkneemster om te verhuizen naar Costa Rica en daar toen geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Verder is de kantonrechter van oordeel dat niet duidelijk is welke fiscale en premierisico’s SKJ loopt door de verhuizing van werkneemster naar Costa Rica. SKJ houdt voor werkneemster sinds april 2025 namelijk weer loonheffing in. De belastingadviseur concludeert in zijn advies bovendien dat SKJ in Nederland geen verplichting op het gebied van de loonbelasting heeft, maar daarbij is hij ervan uitgegaan dat werkneemster in Costa Rica woont, wat formeel nog niet het geval is. De belastingadviseur geeft zelf aan dat eventuele verplichtingen op het gebied van de premieafdracht voor de volks-, werknemers- en zorgverzekeringen in een ander land nog uitgezocht kunnen worden. Daarnaast heeft SKJ ook gewezen op het extra tijdsverschil van twee uur met Costa Rica ten opzichte van het tijdsverschil met Bonaire, maar SKJ heeft niet toegelicht waarom het extra tijdsverschil van twee uur tot gevolg heeft dat werkneemster haar werk niet meer goed op afstand kan verrichten. Tot slot heeft SKJ gewezen op het gewijzigd thuiswerkbeleid als gevolg van de nieuwe leidinggevende, maar niet is gesteld of gebleken dat SKJ bij dit besluit de situatie van werkneemster heeft betrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in dat kader verder niet worden vastgesteld dat de verhuizing van Bonaire naar Costa Rica leidt tot minder binding van werkneemster met de collega’s en de organisatie dan de binding die zij met hen had tijdens haar werk op Bonaire, waar zij met toestemming van SKJ jarenlang heeft gewerkt. De kantonrechter wijst derhalve de verzochte ontbinding af.