Rechtspraak
Feiten
Eiser is een pakketbezorgingsbedrijf. Eigenaar en directeur van eiser is X. Gedaagde en X hebben jarenlang een affectieve relatie gehad. Eiser heeft op enig moment een arbeidsovereenkomst tussen haar en gedaagde opgesteld voor de duur van één jaar en heeft deze overeenkomst aan gedaagde verstrekt. De datum van indiensttreding in de arbeidsovereenkomst is gesteld op 1 december 2023. Het salaris is vastgesteld op € 1.995 bruto per maand en het betrof de functie koerier. In december 2023 is de affectieve relatie tussen partijen geëindigd. Gedaagde heeft vervolgens aangifte gedaan tegen X wegens onder meer verkrachting en mishandeling. Op 27 september 2024 heeft de gemachtigde van gedaagde eiser aangeschreven met het verzoek om loon(door)betaling. Op 6 november 2025 is X strafrechtelijk veroordeeld naar aanleiding van de aangifte van gedaagde. Gedaagde heeft bij inleidende dagvaarding van eiser (na)betaling gevorderd van het loon. Eiser is door de kantonrechter bij verstrek veroordeeld tot betaling van het gevorderde met dien verstande dat de vordering tot betaling van het (destijds toekomstige) loon over november 2024 is afgewezen. Eiser vordert in verzet ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. Volgens eiser is er geen sprake (geweest) van een arbeidsovereenkomst tussen partijen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. In artikel 7:610 BW staan de wettelijke criteria die gelden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst: er moet sprake zijn (i) van arbeid, (ii) van loon en (iii) van gezag van de werkgever. (i) De kantonrechter oordeelt dat gedaagde voldoende heeft aangetoond dat zij werkzaamheden heeft verricht voor eiser in de periode van 1 december 2023 tot 23 december 2023. Dat gedaagde na 23 december 2023 geen werkzaamheden meer heeft verricht, komt, gezien de door gedaagde gestelde feiten en de strafrechtelijke veroordeling ter zake van X, voor rekening van eiser. (ii) Het feit dat in het geheel geen loon aan gedaagde is uitbetaald, maakt niet dat aan het loonvereiste niet is voldaan. Het feit dat eiser geen loonbelasting heeft afgedragen over december 2023, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Het is immers de eigen keuze van eiser om geen loonheffing af te dragen. (iii) De kantonrechter ziet de schriftelijke conceptarbeidsovereenkomst als een aanbod van eiser, dat gedaagde heeft geaccepteerd door voor eiser aan het werk te gaan. Daarmee is een arbeidsovereenkomst ontstaan, waarbij gedaagde werkzaamheden verrichtte onder gezag van eiser. Dat blijkt ook uit het feit dat zij drie dagen door X is ingewerkt en haar werkzaamheden steeds met een bezorgbus van eiser uitvoerde. De conclusie is dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en gedaagde recht heeft op loon(door)betaling. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd.
